|
Nederlandse militairen vertrokken naar
Irak |
10-07-2003
|
Verslag
NOS-Journaal
Portret
van één van de vertrekkende mariniers: sergeant-majoor Hulsker
De
eerste groep van ruim driehonderd militairen die deel uitmaken van
de internationale stabilisatiemacht SFIR, is vanaf vliegbasis Eindhoven
naar Zuid-Irak vertrokken. De militairen, voornamelijk mariniers,
gaan voor een half jaar naar de provincie Al Muthanna in het zuiden
van Irak.
Ze maken deel uit van de Stabilisation Force Iraq (SFIR). Uiteindelijk
worden bijna elfhonderd militairen gestationeerd in de Iraakse regio,
waar ze onder Brits commando zullen opereren.
Begin juni ging het kabinet akkoord met een vredesmissie naar de provincie
Al-Muthanna in Irak, een woestijngebied dat iets groter is dan Nederland.
Volgens minister Kamp van Defensie is de provincie een "relatief
en feitelijk rustig" gebied. Er wonen voornamelijk sji'ieten,
die positief tegenover buitenlandse militairen zouden staan. De risico's
voor de Nederlandse militairen zijn "verantwoord", zo zei
Kamp.
Risicovrij
Op 19 juni waarschuwden deskundigen in een hoorzitting met Tweede-Kamerleden
echter dat de Nederlandse vredesmissie "niet geheel risicovrij"
is. Het gebied is nu relatief rustig, maar dat zou kunnen veranderen.
Generaal Van Kappen waarschuwde dat Irakezen die aanslagen willen
plegen op westerse miliairen, een rustige plek zoals de provincie
Al-Muthanna kunnen zoeken om te herorganiseren.
Verder werd gewaarschuwd dat de sji'ieten zich niet zullen neerleggen
bij de rol die zij krijgen toebedeeld in het nieuwe Iraakse bestuur.
Ook kunnen de Nederlandse, lichtbewapende militairen in situaties
komen waarin ze zwaardere taken moeten overnemen van de Britten. Het
gebied zou tevens te groot zijn om overal toezicht te houden.
Ondanks
de kritiek en waarschuwingen wist minister Kamp de Kamer te overtuigen.
Hij noemde de risico's voor de Nederlandse soldaten "aanvaardbaar".
Mochten ze bedreigd worden, dan kunnen ze binnen vijftien minuten
hulp krijgen van Amerikaanse vliegtuigen, zo stelde de minister.
De harde kern van de Nederlandse eenheid bestaat uit een bataljon
van bijna 650 mariniers. De bijdrage van de landmacht bestaat uit
230 soldaten en die van de luchtmacht uit 90 man. Ook de marechaussee
stuurt een detachement van 25 mensen.
Resolutie
1483
Nadat het regime in Bagdad was gevallen, nam de Veiligheidsraad op
22 mei resolutie 1483 aan. Hierin werd de instelling van de stabilisatiemacht
SFIR in Irak omschreven. Besloten werd dat de coalitielanden militairen
kunnen sturen om te assisteren bij de wederopbouw van het land en
het creëren van stabiliteit en veiligheid.
De resolutie is voornamelijk bedoeld om te voorkomen dat Amerika alle
touwtjes in handen krijgt in Irak. Amerika heeft daar zelf ook geen
baat bij omdat ze dan als bezettingsmacht gezien kunnen worden in
plaats van een 'bevrijdingsmacht'.
Irak is door de resolutie verdeeld in drie sectoren: Polen heeft het
centraal commando over alle coalitie-troepen in het noorden. De VS
voert commando over het midden-gedeelte en de Britten over het Zuiden,
waar de Nederlandse eenheid zich vestigt.
De Nederlandse militairen vertrekken vanaf het vliegveld in Eindhoven
naar Koeweit. Daar verblijven ze eerst twee weken om te kunnen wennen
aan de zeer warme temperaturen. |
|
|