|
Journalisten
die ter plekke waren toen Reuters-cameraman Mazen Dana in Irak werd
doodgeschoten, beschuldigen de Amerikanen van onachtzaamheid. Volgens
hen was duidelijk dat Dana journalist was. Verschillende journalistenorganisaties
eisen een onafhankelijk onderzoek.
Mazen
Dana werd gisteren doodgeschoten door Amerikaanse militairen, terwijl
hij de Abu Ghraib-gevangenis in de buitenwijken van westelijk Bagdad
filmde. Daar was eerder een mortieraanval gepleegd, waarbij zes
Iraakse gevangen omkwamen en ruim zestig gewonden vielden.
De laatste beelden die Dana schoot laten een Amerikaanse tank zien,
die op hem af komt rijden. Er zijn zes schoten te horen. Na het
eerste schot valt de camera op de grond. De Amerikaanse verklaring
luidt dat de militairen Dana's camera aanzagen voor een granaatwerper.
'Geen ongeluk'
Volgens collega's die erbij waren, moet echter duidelijk zijn geweest
dat Dana deel uitmaakte van een groepje journalisten, dat al minstens
een half uur op de plek des onheils aan het werk was.
"Nadat
ze Mazen hadden neergeschoten, richtten ze hun geweren op ons. Ik
denk niet dat het een ongeluk was. Ze zijn erg gespannen. Ze zijn
gek", zegt Stephan Breitner van tv-zender France 2 tegen persbureau
AP.
Reuters-geluidsman Nael al-Shyoukhi, die met Dana samenwerkte, is
dezelfde mening toegedaan. "Ze zagen ons en kenden onze identiteit
en opdracht."
Onderzoek
Het lichaam van Dana is door Amerikaanse militairen meegenomen voor
autopsie. Verschillende internationale journalistenorganisaties
hebben echter een dringende oproep gedaan om een onafhankelijk onderzoek
in te stellen. Het gaat onder meer onder Reporters zonder Grensen
(RSF) in Frankrijk en het Comité ter Bescherming van Journalisten
(CPJ) in de VS.
Maandagmorgen
stuurde het International Press Institute (IPI) al een open brief
naar de Amerikaanse minister Rumsfeld van Defensie. Daarin staat
dat de Amerikanen "een beleid voeren dat de militairen in Irak
uitnodigt om eerst te schieten en dan pas vragen te stellen."
Mazen Dana (43) was Palestijn, getrouwd en vader van vier kinderen.
Hij werkte meestal in zijn geboorteplaats Hebron op de Westelijke
Jordaanoever, waar hij meerdere keren werd mishandeld en gewond
raakte. Het CPJ beloonde hem in 2001 het de International Press
Freedom Award.
Dana is de achttiende dodelijke slachtoffer onder journalisten en
hun assistenten, sinds de oorlog in Irak op 20 maart begon. Een
camaraman en een vertaler van Independent Television news worden
al sinds 22 maart vermist.
Websites journalistenorganisaties:
Reporters zonder grenzen
Comité
voor de bescherming van journalisten
Internationaal
Press Institute
|