|
Duizenden sji'ieten op pelgrimstocht
|
22-04-2003 |
Verslag
NOS-Journaal
Voor het eerst sinds 25 jaar zijn honderdduizenden
sji'itische pelgrims op bedevaart. Vanuit heel Irak reisden gelovigen
afgelopen dagen te voet naar de heilige stad Karbala. Verwacht wordt
dat het aantal oploopt tot twee miljoen.
De
bedevaart trekt naar de heiligdommen van imam Hussein, de kleinzoon
van de profeet Mohammed. Hij werd in zevende eeuw gemarteld en vermoord
in Karbala. Morgen bereikt de ceremonie haar hoogtepunt. Waarnemers
vrezen politieke spanningen omdat onder de sji'ieten anti-Amerikaanse
sentimenten leven.
Meerderheid
Vele sji'itische leiders in heel Irak hebben gewezen op het politieke
belang van de pelgrimage. Volgens sjeik Kazem al-Nassari, een invloedrijke
geestelijke, is de bedevaart hét moment om "te bewijzen dat de sji'ieten
in de meerderheid zijn en hun rechten kunnen opeisen, waaronder het
recht om het land te besturen". De sji'ieten vertegenwoordigen zestig
procent van de Iraakse bevolking.
Sjeik al-Nassari riep tevens op tot "beëindiging van de Amerikaanse
bezetting". Verslaggevers zeggen dat veel pelgrims anti-Amerikaanse
leuzen scanderen.
Een andere bekende sji'itische geestelijke in Koeweit, Mohammed Bakr
al-Mussawi, waarschuwde de pelgrims voor mogelijke terroristische
aanslagen van Saddams overgebleven volgelingen in Karbala.
Geselingen
Met bebloede lichamen van geselingen, trekken de mannelijke pelgrims
al zingend door de straten van Karbala. Velen dragen groene vlaggen,
de kleur van de islam. Anderen zwaaien met zwarte vlaggen, ten teken
van rouw.
Ook worden grote portretten van imam Hussein meegezeuld. Vrouwen in
lange zwarte gewaden zitten stilletjes aan de kant van de weg zichzelf
met de hand op de borst slaand, als teken van boetedoening. Vrijwilligers
delen water en voedsel uit.
Onder het regime van Saddam waren de bedevaartstochten verboden. De
laatste grote ceremonie in 1977 eindigde in een massamoord op sji'itische
pelgrims door aanhangers van Saddam.
|
|
|