Terug naar 1903 (slot)
Het was met de laatste rit van de eerste Tour
net als nu: het klassement was gemaakt, het werd
een ereparade voor de winnaar. Desgrange en Lefévre
hadden het mooi bekeken. Het was 471 kilometer
en die gingen langs de beste plekken van Frankrijk.
Nantes uit, dan eerst naar klassieke steden als
Ancenis, Angers en Saumur, steeds verder, langs
de kastelen van de Loire, Tours door en Blois
en Orléans en Chartres, met een opeenvolging van
majestueuze kathedralen en dan, vlak voor het
eind ook nog even langs de paleizen van Versailles.
Die mooie beelden uit vliegtuigen waren er nog
lang niet. Het gevoel was er natuurlijk wel en
dat wordt honderd jaar later met steeds grotere
perfectie en met nóg meer camera's bespeeld. Garin
moest na Versailles nog een heuvel af, de Côte
de Picardie. Zalig vliegen moet dat voor hem zijn
geweest, want het gaat behoorlijk steil naar beneden.
Toen was hij er, even na tweeën in de middag van
de 19-e juli 1903. De aankomst in Parijs, dat
wil zeggen in het voorstadje Ville d'Avray, voor
de Café Le Père-Auto. Er stond een meute van een
paar honderd mensen. Garin zou verderop een grootser
onthaal krijgen in het Parc des Princes. Dat oude
stadion is dik dertig jaar geleden afgebroken.
Dat café van aankomst staat er nog wel altijd.
De hele lokatie lijkt nóg sprekend op de foto's
van die aankomst van toen. De huizen, het bos
aan de overkant: het is identiek gebleven.
Le Père-Auto is sinds een jaar of vijftien Pizzeria
Le Boccacio, een goed lopende Italiaanse vreettent
met botte obers. Ze krijgen er nog wel eens telefoontjes
van oude stamgasten van Le Père-Auto. Vandaaag
zijn ze er blij dat de Tour de France voor de
deur van start gaat en er ook nog een keer langs
komt, in volle etappe.
Ik stel me voor dat Jean-Marie Leblanc twee voorname
gasten in de auto heeft: Henri Desgrange en Géo
Lefèvre.
Ze kijken hun ogen uit, de oerbedenkers van de
Tour.
Desgrange:'Meneer Leblanc, ik sta er versteld
van hoe ons evenement is uitgegroeid in honderd
jaar en dát het nog bestaat.'
Leblanc: 'We hebben het aan u te danken. Al had
ik zo'n Tour als 1903 nooit georganiseerd. Wat
een gekkenwerk op die wegen van toen. Maar wát
een kerels, die het toen reden.'
Lefèvre: 'Helden waren het. Ik vind die mannen
van nu eigenlijk maar iele ventjes. Jammer dat
je ze nauwelijks kunt zien. Wat een auto's allemaal
en wat een hoeveelheid vreemde gasten. Het zou
wel wat minder gigantisch kunnen, denk ik.'
Leblanc: 'Dat is een zorg, meneer Géo, een grote
zorg. We hebben met ónze tijd te maken en niet
met de uwe, helaas.'
Desgrange: 'En de winnaar. Is het een grote, zo
iemand als Garin?'
Leblanc: 'Dat niet. Dat is niet te vergelijken.
Maar het is misschien net zo'n wonderlijke kerel
die hier straks langs komt onder de Eiffeltoren.'