|
Info Autoroute (107.7 FM): bonne route
Soms zit het mee, soms zit het tegen. Gisteren
zat het even tegen. Oorzaken: de bloedhitte, de
enorme drukte, verkeerde keuzes en (vooral) geklungel.
De gevolgen: een kortstondig slecht humeur, ongezond
eten en de hoon van collega's voor wie alles wel
verliep als gepland. Dat laatste helpt. De Tour
valt immers niet volledig te regisseren. Daarvoor
is het megaspektakel te complex. Onherroepelijk
gaat er wel eens wat fout. En Fransen hebben zo'n
heerlijke laconieke manier van fouten maken.
Aanvankelijk verloopt 'operatie-Marseille' vlekkeloos.
Het is onvoorstelbaar dat een stad van die omvang
een hele dag kan worden lamgelegd. Twintig kilometer
lang slingert het parcours zich door de oudste
stad van het land. Langs de oude haven, over de
boulevard en dwars door het centrum. De aankomst,
een twee kilometer lange, brede en licht dalende
weg, is om van te watertanden. Wat een aankomst,
het Mekka voor de massasprint.
Het openbare leven bevriezen, dat hoef je in Amsterdam
niet te proberen. Dan breekt geheid de pleuris
uit. Vooroordelen die we hadden tegen Marseille
als finishplaats (druk, vies, crimineel, gevaarlijk),
maken plaats voor bewondering. Dat hebben ze toch
mooi voor elkaar, die Fransen. Dat het geen massaprint
wordt, sois. Bram de Groot in de kopgroep
is minstens zo mooi. Jammer dat de Raborenner
het niet kan afmaken. Hij lijkt veel sterker dan
hij zelf beseft, maar vindt niet de juiste tactiek
en schakelt zichzelf uit.
Marseille
uit, blijkt even later een stuk lastiger dan erin.
Met heel de karavaan tegelijkertijd dezelfde kant
op, dat geeft in een stad nu eenmaal problemen.
Zeker in de avondspits. Met een rustdag op een
château bij Beziers in het vooruitzicht,
accepteren we het oponthoud gelaten. De péage
is nabij. Zometeen het gas erop, dan zijn we om
negen uur 'thuis'. Kasteelheer, haal de kurk maar
vast van de fles. Plop, we komen eraan.
Op de Franse racebaan zit de routine er al helemaal
in. Sebas stuurt en kan bijna zonder te stoppen
het ticket bij de betaalhokjes trekken. Betalen
gaat met de creditcard. Dat gaat snel en de rijen
zijn er het kortst. Ik beheer de kaartjes en doe
de bonnetjes in een envelop. Een bescheiden taak,
maar onmisbaar voor een soepele doortocht. Het
scheelt seconden. Touristen laten we ver achter
ons. Wij zijn Tourvolgers, wij kennen het klappen
van de zweep.
De lichte mate van euforie wordt na luttele kilometers
wreed verstoord. Bouchon van 13 km op de
A54 richting Arles, meldt het infobord boven de
weg. Snel de verkeersinformatie aangezet, want
even verderop bij Sedan-en-Provence moeten we
kiezen waarheen. "Een ongeluk en bermbranden op
de A54 ter hoogte van afrit 11", meldt 107.7 FM.
De presentator verkondigt het op een toon alsof
je blij en gelukkig moet zijn dat je het mag meemaken.
"Minstens drie uur oponthoud en de situatie is
voor middernacht niet opgelost", voegt de idioot
er monter aan toe.
Drie
uur maar liefst, wat een grap mensen. Regelmatig
wordt de mededeling, een stuk ingetogener, door
een vrouwelijke collega in cryptisch Frans/Engels
herhaald. De keuze is niet zo moeilijk, over Avignon
dan maar. Het is een takkeneind om, maar anders
wordt het nachtwerk. We zijn overigens niet de
enigen die hebben opgelet. We passeren de bussen
van Gerolsteiner en Euskatel en de halve publiciteitskaravaan.
Vlak voor Avignon meldt de halve gare van 107.7
zich weer met een blijde mededeling over branden
en ongelukken op de N113, de route nationale die
evenwijdig aan de A54 loopt. "Wát, de N113????",
schreeuwen we naar elkaar. Is hij nu volslagen
imbeciel geworden of horen we het niet goed?.
De bevestiging volgt in het 'Engels': "We have
been talking about the A54 for several hours now,
but actually it's the N113. On the A54 there's
only a small traffic-jam of 1 kilometer. Bonne
route." We kijken elkaar nog vol ongeloof
eens aan. Het halve Tourcircus is de verkeerde
kant opgestuurd. We voelen mee met de uitgepierde
renners die nog niets eens hebben kunnen douchen.
Fenomenaal, wat een gekruk.
Bij Avignon kiest iedereen voor de zuidelijke
ringweg. Het alternatief, de péage tot
Orange vervolgen, is een flink stuk om. Het blijkt
opnieuw de verkeerde keuze. Muurvast staat het.
Een uur later zijn we twintig kilometer verder.
Het eten bij de kasteelheer bellen we af. Dan
maar snacken. De 'Golden Arches' bij Nîmes wordt
het. Daar hebben ze een heel aparte kijk op het
begrip 'fastfood'. Bankbiljetten worden eerst
op alle echtheidskenmerken gecontroleerd en er
wordt aan de balie nog meer geouwehoerd dan in
de kroeg.
Twee klanten staan er voor me en toch duurt het
meer dan een kwartier voor de bestelling is opgenomen.
Lauw is het, als we het op het terras naar binnen
proppen. Ruim een uur later bereiken we het château.
"Was het lekker, stelletje debutanten?", voegt
de rest van de equipe ons smalend toe. Sappige
entrecôtes bungelen aan weerszijden over de borden.
Zij wel.
<<
Terug
|