 |
|
| |
Een kort jachtseizoen
dit jaar
Schuchter staat hij naast een volgwagen van de ONCE-ploeg.
Een jaar of negen, hooguit tien, schat ik hem. Hij
durft zijn helden amper te benaderen en verzamelt
moed. Het juiste moment wil maar niet komen en dus
staart hij wat in zijn boekje. Hij kijkt er niet
echt in, maar verstopt zich tussen de plaatjes.
Als een kat die, verscholen achter een bloempot,
de illusie koestert dat zijn prooi hem niet kan
zien. Zijn zusje is brutaler en weet de blik van
José Azevedo te vangen. Of de Portugees een handtekening
wil zetten in het boekje van haar broer. Want hij
heeft al flink wat renners, maar de paraaf van Azevedo
ontbreekt nog.
Even
later schuifelt de jonge fan weg. Nu kijkt hij wel
echt in zijn boekje. Gelukt, weer eentje erbij,
lacht hij naar zijn zusje. Plaats van handeling
is een parkeerterrein in Bourg d'Oisans. ONCE heeft
die plek uitgezocht om het laatste uur voor de start
door te komen. De renners lezen een sportkrantje
(Bola) in de kofferbak van de auto. Het is opmerkelijk
rustig rond de ploeg van Joseba Beloki, de nummer
twee van het klassement.
Bij de officiële signature, waar alle renners
voor het vertrek moeten tekenen, gaat het er heel
anders aan toe. Als volksheld Richard Virenque het
podium bestijgt, stijgt er een luid gejuich op uit
de menigte. Even verderop is er ook geen doorkomen
aan. Daar probeert iedereen een glimp op te vangen
van Lance Armstrong bij de bus van US Postal.
In het prachtig gelegen village départ van
Bourg d'Oisans heerst een gezellige chaos. De kwestie
die iedereen bezighoudt, is: hoe sterk is Armstrong?
Rijdt de Texaan rond als een koele rekenmeester
of is hij kwetsbaar? Niemand die het weet, behalve
de gele-truidrager zelf. Het is de ultieme illustratie
van klasse. Als hij al zwak zou zijn, komt niemand
er achter. Zijn ploeggenoten niet, zelfs zijn vrouw
niet. Aangeschoten wild loopt de meeste kans te
worden opgepeuzeld. Pijn lijden en herstellen: dat
doe je in een hoekje waar niemand het kan zien.
Met het gezicht strak in de plooi. Voor alle zekerheid.
Hoe dan ook, er gebeurt tenminste iets. Er valt
in ieder geval iets te speculeren. Eindelijk heeft
King Lance te maken met troonpretendenten.
Het werd tijd. "De Spanjaarden zijn goed", wrijft
Hennie Kuiper vlak voor de start in zijn handen.
"Die rijden al dagen sterk. Ik denk dat we vandaag
nog wel wat kunnen verwachten." Iedereen hoopt
erop. Bovendien is het opnieuw bloedverziekend heet.
Spaans benauwd, dus vooruit Kelme, ONCE en i.Banesto
en Euskaltel. Het is nu of nooit.
Kuipers whishful thinking wordt op ruim 4,1
kilometer van de meet in Gap goeddeels de bodem
ingeslagen. Beloki verremt zich in de afzink en
verliest de macht over het stuur. Onder anderen
de beminnelijke Azevedo stopt om zijn kopman te
steunen, maar ziet al snel dat de situatie hopeloos
is. Armstrong kan Beloki ternauwernood ontwijken,
steekt als een mountainbiker door het gras een bocht
af en bereikt ongeschonden de meet. Beloki beleeft
een trieste aftocht per ambulance. Adios, kroonprins.
Het jachtseizoen, nog maar net geopend, lijkt alweer
gesloten.
In
het Nederlandse kamp blijft het ondertussen nog
altijd pappen en nathouden. Remmert Wielinga legt
zijn ouders bij het vertrek nogmaals uit hoe blij
hij is nog steeds in koers te zijn. Nu de Alpen
achter ons liggen, is de opluchting nog groter.
Hij heeft het vandaag opnieuw zwaar, maar niet half
zo zwaar als Leon van Bon. Die zwabbert over de
Izoard en komt uitgewoond binnen. Alleen Michael
Boogerd kan zich opnieuw met de beteren meten. Maar
hij verklapte 's ochtends in Bourg d'Oisans al dat
er van hem vandaag geen wonderen mochten worden
verwacht. "We hebben allemaal al een flinke jas
uitgetrokken. Ik richt me vooral op de Pyreneeën."
Daar rekenen we dan maar op.
<< Terug | |
|

|
| | | |
|  |