 |
|
| |
Twee koffiemonsters van Grand
Mère Het plan de campagne voor de eerste echte
Touretappe leek simpel. Eerst even naar de départ fictif bij het Stade de France
in Saint-Denis, om vervolgens voor het hele circus uit door te rijden naar de
depart réel bij de Auberge 'Au Réveil Matin' in Montgeron. De plek waar het honderd
jaar geleden allemaal begon en waar het peloton na een korte ceremonie echt zal
worden losgelaten. Wat zo eenvoudig leek, blijkt in werkelijkheid al snel onmogelijk.
Een versperde afrit in Saint-Denis zorgt voor een dikke streep door de plannen.
Als we, via een omweg, het stadion bereiken is de reclamekaravaan al vertrokken.
We zitten vast. Een
uitermate vriendelijke motoragent - geen kwaad woord meer over de Franse dienders
- biedt uitkomst. Een dranghek wordt verschoven, waarna we toch op het parcours
kunnen. Midden in de reclamekaravaan. Dat was niet helemaal de bedoeling, maar
een straf is het zeker niet. De bonte stoet laat zich het best omschrijven als
een mengeling van carnaval en de huishoudbeurs. Een verzameling vreemd uitgedoste
wagens sleept zich in een sukkelgang door de Parijse voorsteden. Het massaal uitgestroomde
publiek, waaronder veel kinderen, krijgt van de wagens een veelheid aan goedbedoelde
rotzooi toegeworpen. Wij Nederlanders hebben de naam om op alles te duiken wat
gratis is, maar hier kunnen ze er ook wat van. Na een paar kilometer
als vreemde eend in de bijt te hebben meegetuft, wordt chauffeur Jan Augustinus
aan de kant gedirigeerd. Een tweede motoragent wijst hem er (opnieuw heel vriendelijk)
op dat we in dit theater niet thuishoren.Wachten tot de enorme sleep praalwagens
gepasseerd is en dan achter de volgwagens aansluiten, luidt het dwingende advies.
Zo gezegd, zo gedaan. Aangezien we nu noodgedwongen ook toeschouwers zijn, delen
we mee in de niet aflatende berg goedbedoelde rotzooi. Breed glimlachend verstrekken
de sponsormeiden hun waar aan iedereen. Er is geen ontkomen aan. Ongevraagd
wordt me een keur aan artikelen voor de voeten geworpen. Koffie van Grand Mère
(tweemaal), een worstje van Cochonou, een zakje chips van Foctor, een telefoonkaart
van France Météo, een balpen en diverse sleutelhangers: zie hier de oogst van
een half uurtje bermtoerisme. Niet half zo veel overigens als het jongetje naast
me al heeft verzameld. Springend van blijdschap en trots als een pauw stapelt
hij zijn spulletjes netjes op de stoep. Mijn miezerige collectie steekt er schril
bij af. Maar, even goed: dames bedankt, het zal allemaal zeker van pas komen.
Vanaf de angstaanjagende wagens die de film Terminatóóór Trois (avec Arnól Schwarzennègère)
wordt niets uitgedeeld. Wel klinken er oorverdovende mitrailleursalvo's. Ook leuk
voor de kinderen. Het
zakje chips en het worstje worden nog later die middag, als we achter het peloton
tussen de volgwagens meerijden in de richting van de finish in Meaux rijden, genuttigd.
Al rijdend wordt duidelijk dat de Tour op honderdjarige leeftijd springlevend
is. Niet alleen de renners, maar ook de volgtroepen worden hartstochtelijk toegejuicht.
'Vive le Tour' en 'Bon Tour' staat er op de talloze spandoeken. De mensenmassa
is indrukwekkend. Niet alleen in de dorpen, maar ook op afgelegen rotondes en
kruispunten staat het publiek rijendik. Om niets te hoeven missen, zoeken sommigen
het hogerop. In een boom of met een man of zes in de schep van een graafmachine
bijvoorbeeld. Als het hier al zo'n gekkenhuis is, hoe wordt het dan in de bergen?
<< Terug |
| |

|
| | | |
|  |