Pablo
Lastras weet zich in goed gezelschap. De Spanjaard
completeerde in Saint-Maxent-l'Ecole zijn zegereeks
die langs de drie grote ronden voerden: in 2001
won hij een rit in de Giro, vorig jaar boekte
de Spanjaard twee etappezeges in de Vuelta en
vandaag dus in de Tour.
Acht nog actieve renners lukte dat ook: de sprinters
Mario Cipollini, Alessandro Petacchi, Fabio
Baldato (allen Italië), Jan Svorada (Tsjechië)
en Jeroen Blijlevens. Verder de klassementsrenners
Alex Zülle (Zwitserland) en Gilberto Simoni
(Italië) en ten slotte de kleurrijke Rus
Dmitri Konisjev.
Lastras mengde zich ook op een ander lijstje
tussen aansprekende wielernamen. Hij won de
achttiende rit met een gemiddelde snelheid van
50.184 kilometer per uur. Alleen Mario Cipollini
won ooit een snellere etappe, te weten op 7
juli 1999, toen het peloton zich over 194,5
kilometer van Laval naar Blois verplaatste.
De Italiaan tekende voor een gemiddelde snelheid
van 50.356 km/u.
De derde plaats in dat klassement wordt ingenomen
door Johan Bruyneel, inmiddels ploegleider van
US Postal. Op 9 juli 1993 legde de Belg de afstand
tussen Évreux en Amiens (158 km) af in
gemiddeld 49.428 kilometer per uur. De eerste
Nederlander is Adrie van der Poel op de vijfde
stek. Een rit over 38 kilometer tussen Luz Ardiden
en Pau werd door de renner met een gemiddelde
van 48.927 per uur overbrugd.
<<
Terug
|