De Jubileum-Tour is al een week onderweg, maar
wil voor de Rabobankploeg maar geen feest worden.
Sterker, het is louter kommer en kwel wat de
klok slaat bij de ambitieuze Nederlandse formatie.
De massale valpartij in de slotkilometer op
dag twee werd wonder boven wonder slechts twee
renners fataal, maar wel net twee Rabo's, onder
wie ook nog eens kopman Levi Leipheimer.
Vervolgens
liep Michael Boogerd bij een smak tijdens de
ravitaillering een beschadigde knie op, ging
ook Bram de Groot onderuit met fysieke malheur
tot gevolg en kreeg Remmert Wielinga te kampen
met een verkoudheid en een ontstoken grote teen.
Een dagsuccesje zou de pijn letterlijk en figuurlijk
aanzienlijk verlichten, maar daar komen de mannen
van ploegleider Theo de Rooij niet eens bij
in de buurt. In de vlakke aanloop naar de Alpen
was de hoop gevestigd op nieuweling Oscar Freire,
de tweevoudig wereldkampioen die vorig jaar
zijn Tourdebuut glans gaf door al in de tweede
etappe toe te slaan.
Dat het in het voorjaar niet erg wilde vlotten
met de Spanjaard die tijdens de klassiekers
niet de vuist kon maken die van hem verwacht
werd, was jammer maar verontrustte niemand,
noch de leiding noch 'Oscarito' zelf. De juiste
vorm ontbrak,
luidde de verklaring waar iedereen vrede mee
leek te hebben.
De Tour de France lag immers nog in het verschiet.
Daar zou het moeten gebeuren in de massaprints
die zich ongetwijfeld zouden gaan aandienen.
Dat laatste was een juiste inschatting. Tot
dusver is elke rit-in-lijn uitgemond in een
strijd der spurters. Een hoofdrol voor Freire
bleef echter uit. Verder dan een derde plaats
in etappe drie zat er niet in.
De reeks (zevende, elfde, derde en twaalfde)
kreeg op vrijdag, de dag voor de eerste bergetappe,
een teleurstellend vervolg: zeventiende, ver
achter de opnieuw ongenaakbare Alessandro Petacchi.
Een zware tegenvaller na de inspanningen
van zijn ploeggenoten Grischa Niermann, die
een flinke duit in het zakje had gedaan bij
het achterhalen van het ontsnapte duo Stuart
O'Grady en Anthony Geslin, en Marc Wauters,
die de sprinter in een vorstelijke uitgangspositie
had weten te manoeuvreren.
Het geweld van Petacchi was hem echter meer
dan te machtig. De weinig strijdbaar ogende
Freire hield de sprint dan ook al snel voor
gezien. Het werd hem nauwelijks kwalijk genomen.
"Ach, die Petacchi was weer zo sterk vandaag",
sprak De Rooij vergoeilijkend. "Hij gaat
aan wanneer hij wil en wint dan gewoon. Maar
we zien wel wie de bergen overkomt. Tot op de
Champs-Élysées blijven we hopen."
<<
Terug
|