|
Remmert Wielinga heeft wat met de bergen.
Als hij geen wielerprofessional zou zijn, stond
hij waarschijnlijk als ski-leraar op de piste.
Zijn bloed gaat sneller stromen zodra het bergop
gaat. Als een komeet schoot hij dit jaar uit
het niets naar de top van het wielerfirmament.
Drie jaar geleden was Wielinga nog niet goed
genoeg om prof te worden bij de Rabobank-ploeg.
In juni toonde hij in de Dauphiné Libéré
aan dat hij in de bergen met de besten mee kan.
De Rabo-ploegleiding gunde hem prompt een plaatsje
in de Tourploeg.
"Vroeger als amateur woog ik 70 kilo. Ik
had toen zoveel reserves om mijn lichaam, dat
het bergop leek alsof ik een bontjas aan had.
Ze zeggen dat iedere kilo extra bergop een minuut
scheelt. Nu weeg ik 65 kilo. Het is een van
de belangrijkste verschillen met vroeger",
licht Wielinga een tipje van de sluier op ter
verklaring van zijn recente succes. De route
er naar toe was echter niet zonder obstakels.
Meedoen aan de Ronde van Frankrijk is een droom
die werkelijkheid wordt, maar drie jaar geleden
nog erg ver weg leek. Als lid van de amauteurploeg
van Rabo was hij geen uitblinker en een overstap
naar de profploeg zat er dan ook niet in, zo
werd hem meegedeeld. "Ik was een redelijk
goede amateur, kon redelijk tijdrijden. Bergop
was ik goed, maar niet spectaculair. Er was
geen plaats voor mij in de profploeg. Als ik
heel goed had gereden, hadden ze wel plaats
gemaakt", concludeert de Einhovenaar reëel.
Colporteur
De toen 22-jarige coureur wist echter één
ding zeker: hij zou koste wat kost prof worden.
Als een colporteur bood hij zijn diensten aan
bij naar eigen zeggen een stuk of vijftien ploegen.
"Ik wilde ergens onderdak vinden. Je gaat
mailtjes sturen en bellen." De Italiaanse
formatie De Nardi hapte toe. "Ik had met
ze gebeld en er was wel interesse. Na een gesprek
kon ik tekenen."
De Nardi had ambities om een topploeg te worden,
maar wist de middelen daarvoor uiteindelijk
niet te vergaren. Maar voor Wielinga was het
een goede leerschool. "Ik heb me ontwikkeld.
Je ziet het wel vaker. Jongens die bij de amateurs
goed zijn en er bij de profs niet aan te pas
komen. De mindere amateurs maken meer progressie
en komen aan de oppervlakte."
Zo ook Wielinga. In zijn eerste jaar had hij
het nog moeilijk en waren de uitslagen er niet.
In zijn tweede seizoen in Italiaanse dienst
reed hij in de weinige koersdagen (42) die hij
kon rijden, vanwege de beperkte financiën
van zijn ploeg, regelmatig goed van voren. "In
Italië heb ik zware koersen gereden. Die
liggen mij", merkte hij. In een koers waar
ook de Rabobankploeg actief was, viel de 1.82
meter lange renner op bij ploegleider Frans
Maassen. De oud-renner deed een goed woordje
voor Wielinga en niet veel later stond Jan Raas
op Wielinga's voice-mail.
Sprookjesboek
Daarna verliep het leven van de Brabander als
een sprookjesboek. Zijn contract in Italië
liep af en hij ging dan ook graag in op de aanbieding
van Rabo. Zo kwam het dat hij begin dit jaar
zijn rentree maakte bij de oranje-blauw-witte
formatie en dit keer als prof. Sneller dan verwacht
maakte hij de verwachtingen waar. In februari
won hij twee etappes in grote meerdaagse koersen.
"Het was een grote verrassing. Ik had nog
nooit een koers gewonnen. Bij de amateurs niet
en bij de junioren niet. Dan win ik ineens twee
koersen als beroepsrenner. Dat is toch moeilijk
te bevatten. Het is een ongelofelijk gevoel,
ik wist niet wat ik meemaakte."
Alsof
het succes hem niet gegund was, volgde een terugslag.
Wielinga kreeg last van zijn rechterknie en
kon zijn goede prestaties daardoor geen vervolg
geven. "In de loop der jaren had ik mijn
zadel lager en verder naar voren gezet. Iedereen
zei dat ik zo laag zat. Ik heb het zadel weer
omhoog en verder naar achteren gezet."
De verkeerde positie op de fiets leverde klachten
op aan zijn gewricht. Nu zijn fiets weer juist
is afgesteld, zijn de problemen voorbij. Hij
verwacht ook niet dat ze in de toekomst terug
zullen keren. Wellicht dat deze mindere periode
zelfs uiteindelijk goed heeft uitgepakt, speculeert
hij hardop. "Ik ben nu fris, als ik alles
had gereden was ik misschien wel in een andere
conditie geweest."
Zijn grote doorbraak volgde in de Dauphiné
Libéré. Hij ontpopte zich ook
tot zijn eigen verrassing als een klassementsrenner,
die op alle terreinen een woordje meespreekt.
"Ik had op het trainingskamp al gezien
dat ik goed was, dan weet je dat je in de Dauphiné
mee kunt rijden. Maar het is wel iets unieks
als je met de besten meegaat. Ineens zat ik
tussen de grote mannen te rijden, die ik het
jaar daarvoor slechts op de tv had gezien."
Sterrenstatus
Zijn Tour-selectie beschouwt Wielinga als een
logisch gevolg. "Mijn rijden in de Dauphiné
kwam als een verrassing, maar toen ik daar zo
goed reed rekende ik er op." En met hem
heel wielerminnend Nederland. Wielinga was ineens
hot en de media stortten zich massaal
op deze nieuwe ster. Dat was wel anders dan
hij gewend was, maar hij paste zich snel aan
aan zijn nieuwe status. "Ik begrijp wel
dat mensen alles van me willen weten. Vorig
jaar in Italië moest ik de journalisten
nog opbellen." Zelfs tijdens trainingen
is hij niet meer 'veilig', maar hij blijft er
heel rustig onder. "Ik kom groepjes wielertoeristen
tegen die zeggen: 'Wielinga succes in de Tour'.
Dat is wel leuk."
Het kenmerkt Wielinga. Hij is zeer nuchter en
overtuigd van zichzelf en wordt niet nerveus
van de hoge verwachtingen die hij heeft opgeroepen.
"Ik maak me niet druk. Ik hoop dat mensen
gelijk hebben. Ik weet wat ik kan en wat mijn
mogelijkheden zijn. Ik heb nog nooit een ronde
van drie weken gereden. Ik kan wel plannen maken,
maar het kan dan alleen maar tegenvallen. Ik
ben tevreden als ik er alles uitgehaald heb."
Maar hij heeft wel degelijk enkele doelen in
zijn hoofd en hij is niet bang zijn ambities
uit te spreken. "Ik zou een tiende of elfde
plaats in het klassement mooi vinden. Ik hoop
kans te maken op de witte trui voor de beste
jongere (coureurs niet ouder dan 25 jaar). Het
zou betekenen dat ik in de bergen bij de beste
klassementsrenners zou zitten. Ik reed in de
Dauphiné al bergop bij de beste vijf
à tien. In de Tour komen er nog tien
bij."
Een goede eindklassering vindt hij meer waard
dan een etappewinst. Alhoewel, als het over
de etappe naar Alpe d'Huez gaat, liggen de zaken
anders. Als zeventienjarige reed hij de beklimming
op een mountainbike al eens in 48 minuten. "Stiekem
denk ik wel eens aan de Alpe d'Huez. Het is
de koninginnenrit in de Alpen", zegt hij
met een veelbetekende glimlach.
<<
Terug
|