|
Hij
wordt nog steeds in één adem genoemd
met Féderico Bahamontes, de 'Adelaar
van Toledo'. Lucien van Impe en de Spanjaard
hadden immers iets gemeen: ze waren op aarde
gezet om bergtoppen dansend op de pedalen te
bedwingen. Het leverde het tweetal, beiden zesvoudig
bergkoning van de Tour de France, eeuwige roem
op.
Als een vlo bedwong hij - altijd in kadans -
de hoogste bergtoppen. Lucien van Impe (Erpe-Mere,
20.10.1946) staat synoniem voor de berggeit.
Vijftien keer startte en beëindigde hij
's werelds belangrijkste wielerevenement. De
Belg won negen etappes en één
keer de Tour, in 1976. Van Impe is daarmee de
laatste Belgische winnaar van La Grande Boucle.
Chauffeur
Hij draait dit jaar al voor de 28ste keer mee
in het Franse wielerspektakel. "Vijftien
keer als renner en nu als chauffeur van de televisiezender
VTM", licht Van Impe toe. Hij kan zich,
zo geeft hij grif toe, geen leven zonder de
Tour voorstellen. "Ik mankeer iets, hè.
Ieder jaar neem ik mezelf voor de volgende keer
niet te gaan. Wil ik lekker op vakantie gaan
met mijn vrouw of andere leuke dingen gaan doen."
Maar het komt er, zo lacht Van Impe, alleen
nooit van.
"De Tour is nu eenmaal alles voor mij",
bekent de voormalig winnaar. "Als de Tour
niet had bestaan, dan was ik ook nooit coureur
geworden. Toen ik de Tour zag moest ik renner
worden. De Ronde van Frankrijk is als een microbe,
het gaat nooit weg. Mijn vrouw heeft het inmiddels
geaccepteerd. Ze weet dat ik in juli niet thuis
ben."
Nu de Tour een week onderweg is, begint het
serieuze werk. De eerste Alpencols doemen op,
het terrein waarop Van Impe excelleerde. Hij
kijkt er reikhalzend naar uit. "De Tour
gaat na een week echt beginnen", gelooft
hij. "De etappe naar Alpe d'Huez is de
echte start van de Tour. Die col voelt voor
mij als thuiskomen", vervolgt de Belg.
"Het is een hele aparte col. In mijn optiek
is het de mooiste om te beklimmen. De weg is
prachtig. Breed met mooie bochten. Maar toch
ook moeilijk. Vooral de eerste vijf kilometer,
die zijn het moeilijkst. In dat stuk liggen
de bochten kort na elkaar."
Van
Impe won zelf nooit op Alpe d'Huez. "De
Pyreneeën lagen mij beter", licht
hij toe. "Daar zijn de bergen iets korter
en steiler. In de Alpen zijn de beklimmingen
langer. De temperatuur is in de Pyreneeën
doorgaans ook hoger dan in de Alpen. Ik voelde
me daar goed thuis, ja."
Pijn
Volgens de Belg is het moeilijk aan te geven
welk gebergte meer van de renners vereist. Dat
verschilt, zo stelt van Impe, uiteraard van
renner tot renner. Ieder heeft zo zijn eigen
voorkeuren. "Maar het doet overal pijn,
op welke col je ook rijdt. je gaat tot het uiterste,
rijdt constant in het rood. Je doet jezelf pijn,
maar als je pijn hebt weet je dat de concurrenten
nog meer pijn voelen. Dan is het plezant om
af te zien, hè."
"De Tour is altijd zwaar", meent Van
Impe. Ook dit jaar. "Ik wil niet zeggen
dat het parcours dit jaar voor de klimmers is
gemaakt, toch is het tamelijk zwaar. Wat denkt
u als het 37 graden is? Onderschat de warmte
niet. Ik verzeker u dat er veel renners in de
problemen gaan komen met vier, vijf aankomsten
bergop. Ik denk niet dat bergetappes in de Giro
d'Italia zwaarder zijn dan in de Tour. Maar
over het algemeen zijn de cols in Italië
wel lastiger. En dat maakt het voor een pure
klimmer juist weer wat makkelijker."
Van
Impe constateert dat er in het peloton niet
veel klassieke klimgeiten meer rondfietsen,
zoals hij er ooit één was. "Je
wordt geboren met die capaciteiten", oordeelt
de Belg. "Als je merkt dat je die bezit,
dan ga je je er op toespitsen. Ik heb dat ook
gedaan, vanaf de jeugd."
Souplesse
Van Impe leerde met een klein verzet de bergen
te bedwingen. "Daar herken je de echte
klimmer aan. De kleine versnelling is het handelsmerk
van de klimmer. Die gaat op souplesse naar boven,
kan vijf, zes of tien keer een demarrage plaatsen.
Je hebt natuurlijk ook de mannen die op de grote
versnelling naar boven gaan. Types als Hinault,
Merckx en Ullrich. Dat zijn uitzonderlijke mensen",
vindt Van Impe. "Die proberen zonder uit
het zadel te komen met een straf tempo de concurrentie
af te matten."
Of Ullrich daartoe dit jaar ook in staat is?
Van Impe betwijfelt het. "Maar hij heeft
in de eerste week een frisse indruk op mij gemaakt.
Ullrich moet eerst maar eens bewijzen dat hij
in het hooggebergte nog kan meekomen. Als hij
in de Alpen bij Armstrong kan aanklampen, dan
verwacht ik in de Pyreneeën een aanval
van hem." Het meeste gevaar voor de Amerikaan
verwacht Van Impe echter vanuit de Spaanse hoek.
"Die hebben enkele zeer goede rijders in
huis", concludeert hij. "Als Armstrong
dit jaar of volgend jaar van de troon wordt
gestoten, dan gebeurt dat door een Spanjaard."
<<
Terug
|