|
De Tour de France bestaat honderd jaar. En
wie kun je beter terug laten kijken dan Martin
Ros, wielergek en schrijver van acht boeken
over de grootste wielerwedstrijd ter wereld?
Hij laat op geheel persoonlijke wijze zijn licht
schijnen over het roemruchte verleden, maar
ook over het heden van de Tour. Een vertelling
over 'La Grande Boucle' in vijf delen. Etappe
drie.
"Eén
van de beroemdste uitvoeringen is de Tour van
1950. Die van 1948 werd gewonnen door een bejaarde
Bartali. Ze noemden hem Il Vecchio, 'de oude
zak'. Hij won de Tour op een wonderlijke manier,
omdat hij in opdracht van de minister-president
van Italië reed. In 1950 had hij ook de Tour
moeten winnen, want in dat jaar deed Coppi niet
mee. Hij had ook een sterke ploeg. Toen is in
hij in de Pyreneeën aangevallen met een mes,
terwijl hij die Pyreneeënetappe won voor Jean
Robic. Aan de finish zei hij: 'ik houd ermee
op en niet alleen ik houd ermee op, maar alle
Italianen stoppen met mij'. En die gehoorzaamden
allemaal en verlieten de Tour."
"Dat was dus een gedevalueerde Tour, die werd
gewonnen werd door Ferdi Kübler. Dat is de inleiding
tot het korte Zwitserse tijdperk. In 1950 won
Kübler en in 1951 won Koblet. Dat is een kort
tussenspel geweest. Ik hoop altijd nog eens
dat er een Zwitser opstaat. Het is een prachtig
land om te fietsen met die vele bergen."
We keren voor even terug naar het heden. Er
moet nu echt wat geld worden gegooid in de parkeerautomaat.
Ros loopt langzaam naar zijn auto, die hij voor
het station van Hilversum heeft geparkeerd.
Fietsen gaat hem waarschijnlijk beter af. Nieuwe
drankjes worden gebracht en er is met het bijgestorte
parkeergeld weer een uur respijt. We keren terug
naar het begin van het gesprek. Naar zijn tweede
grote held, Pantani.
"Pantani
deed mij het meest denken aan Coppi en Bartali.
Pantani zette door. Pantani vocht zich kapot.
Oh, wat was dat een leuke man met van die uitstaande
olifantenoren. Prachtig, ongelofelijk. Zijn
persoonlijke leven was romantisch. Dan weer
getrouwd met een filmster en dan lag hij weer
in de goot, werd uit hoerenkasten gehaald en
had hij auto-ongelukken. Er gebeurde van alles
met die man, prachtig. En steeds weer gaat hij
naar het huis naar die familie, dan laat hij
zich weer oplappen."
"Hij reed dit jaar in de Ronde van Italië bij
de eerste twintig, hij draaide toch wel aardig
mee. Je weet het niet. Oh, maar hij doet dit
jaar niet mee aan de Tour? Kan dat niet herroepen
worden? Beslist Jean-Marie Leblanc daarover?"
Het gaat er bij Ros niet in. Kwaad zal hij niet
snel worden, maar de teleursteling en het ongeloof
zijn van zijn gezicht te lezen. "Ik vind
het een schande. Ze moeten hem toelaten. Ik
vind het jammer hoor. Mijn boek is er ook op
gericht."
Schone, kleine en grote jongens
"Ik eindig mijn boek met twee figuren, die een
beetje bij elkaar horen: Richard Virenque en
Pantani. Virenque die de Tour nooit gewonnen
heeft, maar die altijd in staat is om een keer
voor vuurwerk te zorgen, een etappe te winnen,
of het bergklassement. Hij is geen uitgesproken
klimmer, maar ik heb hem er toch bij gezet omdat
hij heeft wel vijf keer het bergklassement gewonnen.
Dan hoort hij er toch bij? Maar als je hem ziet
klimmen is dat ook zwaar. Hij zit er tegenaan,
maar hij heeft het niet echt. Ik vind het ook
geweldig dat hij na het debacle van 1998 is
teruggekomen. Wat Gert-Jan Theunisse niet gelukt
is, is hem wel gelukt. Hij rijdt gewoon weer
in het voorste gelid mee, ook omdat ze hem in
België en Frankrijk erg waardeerden net zoals
vroeger met Bobet", maakt Ros soepel het volgende
bruggetje.
"Bobet was de schone jongen van Frankrijk. Alle
Franse ouders wilden dat hij hun schoonzoon
werd. En die reed tegen Robic, dat was één van
de lelijkste renners. Die zag er altijd chagrijnig
uit en had ook altijd slechte praatjes over
anderen. Zo was Jan Nolten een hele lange smalle
man en Charly Gaul een klein kereltje. Eddy
Merkcx was de klassieke coureur met precies
de goede lengte. Groot renner ook, Merckx. Die
reed de etappes altijd alleen. Vanaf de eerste
tot de laatste kilometer. Groot klimmer. Ook
Ocaña is een groot klimmer geweest. Hij won
de Tour bijna en vervolgens lukte het wel in
de Tour in 1973 zonder Merkcx."
"Dan
Lucien van Impe, een klein kereltje. Net als
Peter Winnen. Winnen heeft iets dwergachtigs.
Winnen ken ik zo goed, want ik heb zelf nog
een tijdje in Noord-Limburg gewoond in het kleine
plaatsje America. Hij woonde vlakbij - in IJsselstein
- en trainde daar veel op dat vlakke Noord-Limburgse
gebied dat een heel klein beetje glooit. Daar
heeft hij het geleerd en de fabelachtige kracht
gevonden om twee keer op dezelfde berg, de Alpe
d'Huez, te winnen. Hij is ook nog een keer derde
geworden."
"Peter Winnen is een groot coureur geweest en
is op tragische wijze in 1989 aangereden door
een begeleidende auto. Hij was in een geweldige
vorm. Misschien had hij toen een keer de Tour
kunnen winnen. Ik vond het een groot coureur,
die zich ook ontwikkeld heeft tot een hele bijzondere
man. Hij schrijft nu stukjes in het NRC."
"Ik
kan me nog herinneren dat Peter Winnen op een
rustdag zijn vrouw over liet komen. En daar
zat hij mee te kachelen bij het zwembad en zo.
Wat dat nou voor invloed had? Volgens mij helemaal
geen invloed. Hij verloor de dag daarna toevallig
een straatlengte en dan zei iedereen: dat komt
van dat zwembad, die nacht. Zwaar overdreven
allemaal." Ros' bulderende lach vult de ruimte.
"Maar voor mij staat vast dat je vlak voor en
tijdens een meerdaagse koers, hét niet moet
doen. Dan gaat de spanning verloren. Die geweldige
spankracht ben je kwijt. Ik denk dat dat onderschat
wordt op het ogenblik."
"Ik heb Theunisse en Steven Rooks erin gezet,
omdat ze samen allebei een keer het bergklassement
hebben gewonnen. Heel kort en heel hevig reden
ze twee jaar samen goed en beheersten ze het
bergklassement. Dat was toen nogal wat, dus
die horen er echt bij. Theunisse op een grandioze
manier. Zeer merkwaardig leven heeft hij, dat
heb ik in mijn boek beschreven. De zigeuner
op de fiets, maar hij was een groot renner.
Gert-Jan Theunisse is mijn grootse raadsel uit
het boek."
Martin Ros & Wout Koster, De Klimmers - een
uitgave van Uitgeverij Thomas Rap, 327 pagina's
Etappe
één: 'Armstrong danst als 'n teddybeer
naar boven' (11-06-03)
Etappe
twee: 'Coppi maakte het wielrennen tot een cultus'
(15-06-03)
<<
Terug
|