|
De Tour de France bestaat honderd jaar. En wie
kun je beter terug laten kijken dan Martin Ros,
wielergek en schrijver van acht boeken over
de grootste wielerwedstrijd ter wereld? Hij
laat op geheel persoonlijke wijze zijn licht
schijnen over het roemruchte verleden, maar
ook het heden van de Ronde van Frankrijk. Een
vertelling over 'La Grande Boucle' in vijf delen.
Etappe twee.
"In de jaren zestig woonde ik in Hilversum
in een volkswijk, die alleen maar uit katholieken
bestond. Ik leefde in die tijd helemaal voor
Coppi. Ik lag 's morgens kwart voor zes bewusteloos
onder de brievenbus als de Volkskrant naar binnen
gefrommeld werd en ik kreeg drie, vier loeiende
broers over de straat om zeven uur, half acht
achter me aan. Waar zijn die stukken gebleven?
Die knipte ik allemaal uit de Volkskrant. 1948
was dus het jaar van Bartali en 1949 van Coppi.
Dat was het groeiende tijdperk van de wielersport."
Laat
bij Ros de naam Coppi vallen en de anekdotes
stromen je tegemoet. De Italiaan is zijn grote
jeugdheld en inspirator. De van alle opsmuk
ontdane omgeving van de stationsrestauratie
past ineens prima in het verhaal. Langzaam keer
je terug naar die jaren vlak na de oorlog. De
beelden zijn nog zwart-wit en de renners hebben
nog bandjes om het lichaam geknoopt om zichzelf
in geval van nood te kunnen depaneren (het repareren
van een lekke band), de wegen gedeeltelijk onverhard
en vol gevaren.
"Coppi is een geweldig mens, een groot mens
die een groot deel van zijn geld heeft achtergelaten
aan arme kinderen in Italië. Bovendien was hij
ook veel geld kwijt aan zijn vrouw. Zijn tweede
vrouw, de witte dame, die zes jaar in het geheim
zijn minnares was. Dan trouwt hij haar, wat
een groot schandaal veroorzaakt heeft in Italië,
het Rooms-katholieke Italië. De politie zat
ook achter hem aan. Die vrouw is ook uitgeweken
naar Argentinië en heeft daar een kind geworpen,
de kleine Faustino Coppi die nog handelt in
Fausto Coppi-fietsen. Als ik dat verhaal lees,
moet ik steeds weer huilen.
"Hij stierf op zijn veertigste en reed de laatste
vier, vijf jaar voor haar. Zij ging met een
geweldige auto achter het peloton aan en toen
heeft hij ook de grootste prestaties geleverd.
Hij was een onvoorstelbare liefhebber van het
fietsen. Ik kan niet anders zeggen. Coppi zingt
trouwens ook een beroemd liedje: ik hou van
het leven, ik hou van het fietsen. Ik heb het
plaatje nog, orare ohhoooh, cantare ohhoooh",
begint Ros spontaan te zingen. "Dat heeft Coppi
ook gezongen. In die tijd al. Fantastische man",
klinkt het enthousiast.
Cultus
"Ja, het is een groot man. Coppi snijdt
door het tijdperk heen. Hij is een man die in
een vrij arm gezin in Noord-West Italië werd
geboren, waar het heel rijk aan bergen en heuvels
is. Hij heeft daar ook, werkend als slagersjongen,
geleerd om op een doortrapper het grote mes
te hanteren in de bergen, waardoor niemand hem
later kon bijhouden. Hoewel hij, als je het
vergelijkt me de huidige versnellingen, nog
met een vrij klein verzet reed.
"Coppi heeft zich uit deze katholieke omgeving
opwerkt tot een niet-katholiek. Hij gelooft
in het persoonlijke, in het element van eigen
existentie. Hij cultiveerde het wielrennen ook
met het eten van voedsel. Niet drie keer per
dag, maar zeven of acht keer kleine hoeveelheden.
Zodat je nooit met de hongerklop kennis maakte.
En al die dingen meer. Hij had voor het eerst
ook een masseur, een blinde masseur. Die zorgde
er altijd voor dat hij met een uitgebalanceerd
lichaam aan de start verscheen. Dat was de pure
wielrenner, die het wielrennen tot de cultus
in zijn leven maakte en daardoor een grote onafhankelijkheid
kreeg tegen dat drukkende katholicisme. Italië
is nu nog katholiek, maar nominaal. Je gaat
een kerk in en vindt er acht gebrekkige oude
mensen."
"Zo
was Coppi. Hij stemde op de communistische partij,
was vooruitstrevend. Hij ging naar bordelen
en toneelvoorstellingen, las boeken. Een intellectueel
man. En tegenover Coppi, die dus eigenlijk de
nieuwe tijd vertegenwoordigde, stond Gino Bartali,
die ouder was. Want die had al in 1938 de Tour
gewonnen en in 1948 weer. Dat was trouwens de
Tour waaraan Coppi niet deelnaam. Het waren
elkaars tegenpolen."
"Italië leefde in het tijdperk van de Coppisten
en de Bartalisten en die bestreden elkaar tot
aan straatgevechten toe. Bartali was oer-katholiek,
was lid van de derde orde en neukte tijdens
de Tour niet met zijn vrouw, misschien in andere
tijden ook nauwelijks. Hij was puur katholiek,
hij werd door de Paus hoog vereerd. Bartali
was echt katholiek, hij is ook drie jaar geleden
tussen de Maria-beeldjes in gestorven. En Coppi
was het tegenovergestelde. Het waren twee werelden."
Hysterisch katholiek
De passie voor wielrennen en bepaalde renners
is nauw verbonden met zijn eigen leven. Geen
anekdote of Ros heeft er zelf wat mee. Hij neemt
de laatste slok van zijn cassis en vraagt daarna
haastig naar de tijd in verband met de parkeerkaart,
die binnenkort verloopt. Hij heeft nog een kwartier
en begint uit te leggen, waarom hij Coppi zo
adoreert.
"In 1948 hadden we hier ook een drukkend klimaat
met al die zuilen en die bestreden elkaar vreselijk.
Alles was onkuisheid. Dus je zocht een uitweg.
Coppi stelde die vrijheid voor. Ik zocht die
bevrijding bij Coppi. Thuis bij mijn moeder
stond de hele zolder, de hele bovenverdieping
vol met heilige beeldjes. Zij ging elke dag
naar de kerk en heeft gezorgd dat er een Maria-altaar
kwam. Ze was hysterisch katholiek. Wat niet
wil zeggen dat ik mijn moeder diep vereerde
en nog vereer", voegt hij er schuldbewust achteraan.
"En dat is het enige wat ik hoop als ik dood
ben, mijn moeder nog eens terug te zien."
"Het was een bepaald klimaat. Er was geen
boek in huis. Ik zat op het gymnasium en ik
mocht niks lezen. Dan werd ik schuimbekkend
achtervolgd door mijn vader. Dat was een ramp.
Ik verborg de boeken die ik las stiekem achter
in de schuur in een gereedschapskist. Zo erg
was het dus. Ik zat op het gymnasium en won
in de vierde klas de Ronde van Uithoorn. Het
waren twee werelden en die stonden tegenover
elkaar. En Bartali was de man die hoog bij mijn
moeder stond aangeschreven."
"Toen ze hoorde, want dat verhaal druppelde
langzaam door, dat Coppi zijn vrouw verwaarloosde
en een geheime minnares had (de vrouw van zijn
arts die hij soms 's nachts stiekem bezocht),
ging er een schok door ons huis. Wat krijgen
we nou? Staat Martin achter die viespeuk? De
platen moesten meteen van de wand af natuurlijk.
Het hele gezin Ros - en misschien was het ook
wel het beeld van mijn straat - stond achter
Bartali. Maar Bartali won het niet meer, die
moest het afleggen tegen Coppi."
Martin Ros & Wout Koster, De Klimmers - een
uitgave van Uitgeverij Thomas Rap, 327 pagina's
Etappe
één: 'Armstrong danst als 'n teddybeer
naar boven' (11-06-03)
<<
Terug
|