 |
|
|
|
|
Jan Janssen: de Tour is groter
dan het leven
|
03-07-03
|
 |
 |
Jan
Janssen (63) kan, zo zegt hij, dagenlang vertellen
over de Tour de France. Zijn hart springt nog
steeds wijd open zodra zijn gedachten afdwalen
naar 's werelds meest vermaarde wielerkoers, die
zijn leven in 1968 ingrijpend veranderde. "De
Tour is een geloof dat je belijdt." Was getekend:
Jan Janssen, wereldberoemd dankzij de Tour én
zijn bril.
Hij kijkt reikhalzend uit naar de jubileumeditie
van La Grande Boucle. Het wordt, zo beseft Janssen,
een bijzondere. Vooral voor hemzelf. "Alle nog
levende oud-winnaars worden als gevolg van het
feit dat de Tour dit jaar de honderdste verjaardag
viert, op de Champs Elysées gepresenteerd", vertelt
Janssen. "En ik heb begrepen dat dat gebeurt in
de originele auto's van die tijd. Ferdi Kübler
is nu 84... Dat wordt wat in zo'n oude auto. Lijkt
me schitterend om te zien."
Vervoering
De naam Jan Janssen en het jaar 1968 zijn voor
eeuwig aan elkaar vastgeketend. De Nootdorper
bracht destijds een heel land in vervoering door
als eerste Nederlander de Tour de France te winnen.
"Zoiets blijft je je hele leven natuurlijk bij",
verzekert Janssen. "Meer nog dan je trouwdag of
je eerste kindje. De Tour is groter dan het leven.
Op sportgebied is het de hoogste top die je kunt
bereiken. Na de Tour komt er een tijdje niets,
pas daarna andere dingen."
De
memorabele Tour van 1968 staat nog in Janssens
geheugen gegrift. De dagen waren lang, de etappes
loodzwaar en de concurrentie moordend. "Het was
knokken en afzien geblazen", herinnert hij zich.
"Elke dag weer. Of je nou slecht had geslapen,
slecht had gegeten of dat er iets met je meisje
was, maakte niet uit. Niets is voor een renner
zo belangrijk als de Tour. Daar moet alles voor
wijken."
Janssen was eigenlijk geen klassieke ronderenner,
maar meer één van de eendaagse koersen. De sprint
was het domein van de allrounder. Ook in de Tour,
waaraan hij in 1963 voor het eerst deelnam en
debuteerde met een etappezege in Limoges. Gaandeweg
ontwikkelde de bebrilde Nootdorper zich echter
tot een erkend ronderenner. In 1967 werden de
contouren daar echt goed zichtbaar van. Janssen
won in dat jaar Parijs-Nice en de Ronde van Spanje.
"In de bergen kon ik de achterstand op de klimmers
redelijk beperken", verduidelijkt hij. In de afdaling
maakte hij vervolgens vaak weer veel tijd goed.
Afdalingskunsten
In 1968 legde Janssen met zijn fenomenale, soms
roekeloze afdalingskunsten de basis voor de eindzege.
"Na de Pyreneeën was ik helemaal kapot", herinnert
hij zich. Maar Janssen verstond als geen ander
de kunst van het lijden. "Het waren zware dagen
en het was ook erg heet. Ik stond, toen we de
Pyreneeën uitkwamen, geloof ik op drie minuten
van de leider. Maar in de Alpen ging het gelukkig
een stuk beter." Legendarisch was de beklimming
van de Col Cordon, waar Janssen zo diep ging om
de klimgeiten bij te houden - en zijn kansen op
de Tourzege niet te vergooien - dat hij direct
na aankomst op de top bewusteloos de dranghekken
inzeeg.
Toch moest Janssen in het hooggebergte doorgaans
terrein prijsgeven op de rasklimmers, hetgeen
hij in de afdaling compenseerde met zijn onnavolgbare
stijl. "Maar mijn bril zat vaak in de weg, het
was soms echt een handicap", meent Janssen. "Op
een gegeven moment heb ik in de Tour van '68 in
een Alpenetappe mijn bril afgezet. Het regende
en ik had er echt last van. Op mijn voelsprieten
ging ik naar beneden. Ik zag nauwelijks iets.
Het was eigenlijk gekkenwerk", stelt hij. "Ik
heb het daar jaren later nog wel eens met mijn
concurrenten over gehad. Die vroegen zich allemaal
af hoe ik dat in godsnaam voor elkaar had gekregen.
Maar ja, daar denk je op zo'n moment niet aan.
Het is de Tour, hè..."
Janssens
overlevingsdrang deed hem uiteindelijk in de geschiedenisboeken
belanden. Hij begon de slotrit in Parijs, een
individuele tijdrit over 54,5 kilometer, met een
achterstand van zestien seconden op de leider,
Herman van Springel. Lang zag het er naar uit
dat de Belg zijn voorsprong kon consolideren,
maar in het laatste gedeelte mobiliseerde de Nootdorper
nog één keer zijn krachten. Van
Springel beet zich stuk op de winnende tijd en
verloor de Tour met 38 seconden. "De huldiging
die daarop volgde, met al die Nederlanders op
de baan zal ik nooit vergeten", bekent Janssen.
"Het is het absolute hoogtepunt uit mijn
wielerleven. Onvergetelijk."
<<
Terug
|
|
|

|
|
|
|
|
|
 |