|
Gert Jakobs (39) maakte van 1985 tot en met 1993
deel uit van het mondiale profpeloton. De Drentse krachtpatser
maakte de hoogtijdagen van het Nederlandse cyclisme
van dichtbij mee. Zijn grootste successen vierde hij
bij Superconfex en Festina als trouwe knecht van Jean-Paul
van Poppel en bij PDM als hulpje van Erik Breukink.
Tegenwoordig werkt hij in discodancing Bays in Reutum
en geeft hij regelmatig mountainbike-clinics.
Ik tilde mijn fiets over de dranghekken
"Na drie weken afzien in Frankrijk ben je mooi
kapot, maar je krijgt geen rust. Je moet meteen door
naar de criteriums. Boxmeer, Stiphout, Acht van Chaam...
Elke dag is er wel een criterium en ik reed er zoveel
mogelijk, want ik wilde toch het geld ophalen.
Een keer was ik zo kapot, dat ik in Boxmeer helemaal
niet vooruit kwam. Ik had compleet lamme benen. Na een
half uur dacht ik: 'Ik steek mijn hand omhoog en doe
alsof ik een lekke band heb.' Ik wilde een ronde later
weer aanpikken, dat mochten de profs. Maar ik stond
daar te wachten en opeens had ik wel zin in koffie.
Dus vroeg ik aan mensen die voor hun huis zaten of het
goed was als ik even binnen een kop koffie kwam drinken.
Dat vonden ze prima.
Ik tilde mijn fiets over de dranghekken en ging bij
die mensen naar binnen. Nou, ik dus aan de koffie en
mooi aan de praat. Totdat er iemand binnenkwam die vroeg
of ik niet weer moest fietsen, want er waren nog maar
tien rondjes te gaan. Het was zó gezellig dat
ik helemaal vergeten was weer op te stappen. Ik ben
weer aangesloten voor die laatste ronden en niemand
had me gemist. De organisator is er gelukkig nooit achter
gekomen, anders had het me nog geld gekost ook.
De dag erop ging ik samen met Jean-Paul van Poppel en
Michel Cornelissen naar Steenwijk. Ik zat bij Van Poppel
in de auto en Cornelissen reed in een andere auto achter
ons aan. Van Poppel had een grotere auto en onze fietsen
lagen daarom bij hem achterin, ook die van Cornelissen.
Hij hield wel van een geintje en op een gegeven moment
zegt hij tegen me: 'We gaan een mooie truc uithalen
met Cornelissen.'
We komen aan in Steenwijk en we rijden naar de parkeerplaatsen
die zijn gereserveerd voor de renners, die zijn gratis
en liggen dichtbij de kleedkamers. Er staan daar altijd
van die fanatieke mannetjes in oranje hemden en Van
Poppel wijst naar de auto van Cornelissen en zegt tegen
één van hen: 'Die auto zit al vanaf Zwolle
achter ons aan. Ik denk dat hij er voor niets op wil.
Controleer hem maar, ik durf te wedden dat hij geen
fiets bij zich heeft.'
Dus wij rijden verder en Cornelissen wil hetzelfde doen,
maar die oranjehemd springt voor de auto en laat hem
er niet door. Cornelissen protesteren natuurlijk en
proberen uit te leggen wie hij was, maar hij kwam er
niet langs. Hij heeft zijn auto uiteindelijk op de gewone
parkeerplaats moeten neerzetten.
Na de criteriums gingen we altijd hamburgers eten. Het
was fietsen, dan zo snel mogelijk douchen en aankleden
en proberen voor twaalf uur een McDonald's te vinden
om een paar hamburgers naar binnen te werken. Na drie
weken spaghetti was dat zo lekker."
<< Terug
|