 |
|
|
|
De patron heet Anquetil, Pou Pou is de schlemiel
Als je wint / heb je vrienden / bij de vleet / echte vrienden....
Universele wijsheid, met dank aan Doe Maar. Jacques Anquetil
is een goed voorbeeld van de uitzondering op de regel.
Natuurlijk was de bewondering voor de grote kampioen van
de jaren'60 enorm. Zijn palmares is zonder precedent.
Maar in populariteit stond de afstandelijke Anquetil in
de schaduw van zijn land- en tijdgenoot Raymond Poulidor.
De eeuwige tweede, maar voor velen de ware kampioen.
Aartsrivalen
zijn het en hun duels verdelen Frankrijk in het midden
van jaren'60 in twee kampen. Je bent voor Anquetil, of
je bent pro Pou Pou. Een tussenweg is er niet. In de Tour
eindigt de strijd in 5-0 voor Anquetil. Hij wint de ronde
in 1957, 1961, 1962, 1963 en 1964. En Poulidor? Die grossiert
in de lagere podiumplaatsen en troostprijzen. Paradoxaal
genoeg is het Poulidor die door de meeste mensen in het
hart wordt gesloten. En bloc valt men voor Pou Pou. De
pechvogel, de eeuwige tweede, de morele winnaar.
Monsterrit
Die morele winnaar is Poulidor voor het eerst in 1964,
als hij de Tour op 55 seconden van Anquetil verliest.
Valpartijen kosten hem ongeveer twee minuten. De emotionele
nummer twee boert na afloop het beste bij de criteriums,
tot woede van de rationele, afstandelijke Anquetil. Omdat
hij het op woorden aflegt, laat Anquetil in het jaar daarop
opnieuw zijn benen spreken. Na zijn zege in de Dauphiné
Libéré vliegt hij naar Bordeaux, waar hij na drie uurtjes
rust start in Bordeaux-Parijs. Hij presteert het onmogelijke
door de 567 kilometer lange monsterrit op zijn naam te
schrijven.
In
1965 zet een akkefietje in Parijs-Nice de moeizame verhouding
tussen de twee verder op scherp. Het hele peloton keert
zich in de slotrit tegen Pou Pou, die wordt beticht van
parasitisme en van 'lekken' naar de pers. Door de combine
kan Anquetil onbedreigd naar de zege rijden. "Wat wil
je, Anquetil is de baas van het peloton", verzucht Poulidor.
Een jaar later is Anquetil zelf over de top, maar nog
zeer wel in staat Poulidor in de wielen te rijden. Hij
doet er alles aan zijn aartsrivaal van de eindzege af
te houden. Met succes. In de rit naar Chamonix pareert
Anquetil eerst een aanval op de gele trui van zijn ploeggenoot
Lucien Aimar, ingezet door Jan Janssen, op dat moment
de nummer twee in het klassement. Als Pou Pou in die rit
ook de euvele moed heeft om het te proberen, leidt Anquetil
zelf de achtervolging.
(Anti?)-held
Publicitair gezien komt het Poulidor uitstekend uit. Gaandeweg
verheft hij, deels welbewust, zijn ongelijke strijd met
het noodlot tot kunstvorm. Met iedere lekke band of valpartij
groeit de legende. In de Tour van 1967 is hij door een
inzinking in de Elzas kansloos voor de eindzege, maar
poetst hij in de Alpen zijn status van (anti?)-held verder
op. Als zijn landgenoot en gele truidrager Roger Pingeon
in de problemen raakt, schiet Pou Pou te hulp. Hij laat
zich afzakken en neemt hem op sleeptouw. Pigeon wil wel
overnemen, maar krijgt de kans niet. Als Pou Pou in de
schijnwerper staat, hou je gepaste afstand. In zijn schaduw.
Poulidor
blijft tot op 40-jarige leeftijd een rol van betekenis
in de Tour spelen. Als nummer twee, nummer drie of desnoods
als beste Fransman. Het geel ontglipt hem keer op keer.
Een zekere Eddy Merckx is hem nu steevast te slim af.
Desondanks (of juist daarom?) viert het poulidorisme hoogtij.
Zijn achternaam wordt een officieus zelfstandig naamwoord.
Een poulidor: iemand die het steeds net niet haalt.
Pas op Anquetils sterfbed wordt de vrede tussen de Franse
kemphanen getekend. Anquetil geeft Poulidor te verstaan
dat die opnieuw tweede zal worden. Galgenhumor. De vijfvoudig
Tourwinnaar, de echte kampioen, blaast een dag later zijn
laatste ademtocht.
|
|

|
|
|
|
|
|
 |