 |
|
|
|
Lastige klanten, die broertjes-Pélissier
Topsporters zijn doorgaans niet de makkelijkste mensen.
Lastig doen ligt vaak in de aard van het beestje. Om tot
grootse prestaties te komen, moet de lat hoog worden gelegd.
Die hoge eisen stellen vedetten niet louter aan zichzelf,
maar ook aan de omgeving. En wee degene die het waagt
een klasbak te dwarsbomen. In de Tourhistorie zijn de
broers-Pélissiers in dat opzicht berucht. Vier licht ontvlambare
telgen uit één nest, een wielergeslacht met gebruiksaanwijzing.
De Daltons van het peloton.
Jean, Henri, Francis en Charles. Tour-directeur Desgrange
hoefde de namen maar te horen, of hij kreeg er spontaan
een grijze haar bij. Vooral Henri, de tweede zoon uit
een boerengeslacht onder de rook van Parijs, maakte de
koersdirecteur het leven zuur. Al op 15-jarige leeftijd
maakt hij zijn amateurdebuut. Tegen de zin van zijn ouders,
die na het overlijden van Jean in de oorlog nog een arbeidskracht
voor het erf zien wegvallen. Maar wat bij de jonge Henri
in zijn kop zit, dat zit niet in zijn kont.
Indrukwekkend
Dat de eigenzinnige Henri hard kan fietsen, blijkt al
snel. Hij treedt in 1911 toe tot de rangen der profs en
bouwt aan een indrukwekkend palmarès. Vier maal wint hij
de Ronde van Lombardije, driemaal Milaan-Sanremo, tweemaal
Parijs-Roubaix, Bordeaux-Parijs, Parijs-Brussel, Parijs-Tours.
Noem een belangrijke wedstrijd uit de beginjaren van de
vorige eeuw en hij heeft hem op zijn naam staan.
Na zijn tweede zege in Parijs-Roubaix, in 1921, waagt
Henri het om salarisverhoging aan te vragen. Alphonse
Baugé, 'de Maarschalk' van La Sportive - een kartel van
rijwielfabrikanten dat de renners in een wurggreep hield
- wijst Pélissiers eis resoluut van de hand. Henri trekt
een voor die tijd onbestaanbare consequentie. Hij maakt
een lange neus naar Baugé en treedt met zijn broer Francis
in dienst van de kleine, onafhankelijke fabrikant Louvet.
Het is de eerste proeve van Henri's rebelse karakter.
Een rebel waar de Tour veel plezier aan zou beleven. In
de ruimste zin van het woord. Om kort te gaan, Henri stoort
zich aan God noch gebod. De bepalingen van de Tour lapt
hij aan zijn laars. Eén van de regels luidt dat de renners
met alle materiaal moesten aankomen, waarmee ze zijn vertrokken.
Alles is in die naoorlogse dagen schaars en op verspilling
van kostbaar fabrieksmateriaal, ook al is het defect,
staan sancties. In 1920 gooit Pélissier een lekke band
weg. Hij krijgt een lichte tijdstraf, waarop hij onmiddellijk
uit de ronde stapt.
Schooljongen
Bij de start, vaak in de kou van de nachtelijke uren,
trekt Henri vaak twee truien aan. Om er later één weg
te gooien. Hij wordt betrapt, maar stelt dat de trui geen
fabrieks-, maar privé-eigendom is. Als een official bij
een volgende etappe aan de start zijn kleding inspecteert,
stapt hij in 1921 ten tweede male uit de wedstrijd. De
grote Henri Pélissier laat zich toch zeker niet als een
schooljongen behandelen?
Door de jaren heen blijft Henri ruziën met alles en iedereen.
Met name met Desgrange komt hij regelmatig in aanvaring.
Vooral de lengte van de etappes zijn Pélissier een doorn
in het oog. Hij organiseert een wedstrijd voor werkpaarden
en niet voor raspaarden, stelt Pélissier. Hij kan zich
de kritiek permitteren. Henri, in tegenstelling tot zijn
meeste collega's niet afkomstig uit de geprivilegieerde
klassen, is één van de besten van zijn tijd en bij het
volk immens populair.
Desgrange, die de ronde met ijzeren hand regeert, snauwt
op zijn beurt dat Pélissier de Tour nooit zal winnen.
"Hij weet niet wat lijden is." In 1923 bewijst Henri
zijn ongelijk, na in de Alpen een felle strijd met het
Italiaanse talent Bottecchia in zijn voordeel te hebben
beslist. Als eerste Fransman sinds 1911, wint hij op 34-jarige
leeftijd de Tour. Desgranges gaat in 1927 alsnog voor
de renner door de knieën. Hij brengt de lengte van de
ritten terug tot gemiddeld 225 kilometer. Henri Pélissier
kan er zelf niet meer van profiteren. Hij heeft zijn beste
jaren dan al achter zich.
Sprintkanon
In de jaren'30 treedt Charles in de voetsporen van zijn
oudere broers. Een minder atletisch coureur dan Henri,
maar een sprintkanon van formaat. Desgrange, die in 1921
nog bezwoer dat er op de voorpagina van L'Auto geen letter
meer aan de Pélissiers zou worden gewijd, is dan al lang
ontdooid. Hij maakt gretig gebruik van de publicitaire
waarde van de broers en zet Charles volop in de schijnwerpers.
Charles koestert het imago van 'mooie jongen'. Hij koerst
als eerste met witte sokjes, die zijn gebronsde benen
het best accentueren. 'Beau Brummel' luidt de bijnaam
van de jongste Pélissier, die tijdens elke Tour huwelijksaanzoeken
krijgt. Die laat hij door zijn vrouw beantwoorden. Na
zijn carrière stapt Charles, die bevriend raakt met Maurice
Chevalier, in de showbusiness. De renner met sterallures
speelt de hoofdrol in twee speelfilms.
De Pélissiers nemen niet alleen vanwege hun opstandige
karakter en hun sportieve prestaties een belangrijke plaats
in de Tourgeschiedenis in. Ze zorgen ook voor een (r)evolutie
in de trainingsmethoden. Als eersten zien de broers het
nut in van intervaltraining. Ook op het gebied van voeding
zijn ze hun tijd vooruit. Waar anderen zich, uit angst
voor de hongerklop, 's morgens volstouwen, nuttigen de
Péllissiers een licht ontbijt en eten ze gedurende de
hele wedstrijd. Vaak plaatsen ze zodoende al vroeg in
de etappe een beslissende demarrage. De rest van het uitbuikende
peloton is dan nog niet vooruit te branden.
Dodelijke kogels
In de jaren na zijn sportieve retraite glijdt Henri langzaam
maar zeker af richting waanzin. Niemand in zijn directe
omgeving is echt verbaasd als zijn laatste ruzie hem op
1 mei 1935 fataal wordt. Hij bedreigt in zijn woning in
Dampierre zijn minnares met een jachtmes. De jeugdige
femme fatale lost daarop vijf dodelijke kogels. Met dezelfde
revolver waarmee Henri's depressieve vrouw zichzelf twee
jaar eerder van het leven had beroofd.
|
|

|
|
|
|
|
|
 |