Verslag
NOS-Journaal
Voor het eerst sinds 25 jaar zijn honderdduizenden
sji'itische pelgrims op bedevaart. Vanuit heel Irak
reisden gelovigen afgelopen dagen te voet naar de heilige
stad Karbala. Verwacht wordt dat het aantal oploopt
tot twee miljoen.
De bedevaart trekt naar de heiligdommen van imam Hussein,
de kleinzoon van de profeet Mohammed. Hij werd in zevende
eeuw gemarteld en vermoord in Karbala. Morgen bereikt
de ceremonie haar hoogtepunt. Waarnemers vrezen politieke
spanningen omdat onder de sji'ieten anti-Amerikaanse
sentimenten leven.
Meerderheid
Vele sji'itische leiders in heel Irak hebben gewezen
op het politieke belang van de pelgrimage. Volgens sjeik
Kazem al-Nassari, een invloedrijke geestelijke, is de
bedevaart hét moment om "te bewijzen dat
de sji'ieten in de meerderheid zijn en hun rechten kunnen
opeisen, waaronder het recht om het land te besturen".
De sji'ieten vertegenwoordigen zestig procent van de
Iraakse bevolking.
Sjeik al-Nassari riep tevens op tot "beëindiging
van de Amerikaanse bezetting". Verslaggevers zeggen
dat veel pelgrims anti-Amerikaanse leuzen scanderen.
Een andere bekende sji'itische geestelijke in Koeweit,
Mohammed Bakr al-Mussawi, waarschuwde de pelgrims voor
mogelijke terroristische aanslagen van Saddams overgebleven
volgelingen in Karbala.
Geselingen
Met bebloede lichamen van geselingen, trekken de mannelijke
pelgrims al zingend door de straten van Karbala. Velen
dragen groene vlaggen, de kleur van de islam. Anderen
zwaaien met zwarte vlaggen, ten teken van rouw.
Ook worden grote portretten van imam Hussein meegezeuld.
Vrouwen in lange zwarte gewaden zitten stilletjes aan
de kant van de weg zichzelf met de hand op de borst
slaand, als teken van boetedoening. Vrijwilligers delen
water en voedsel uit.
Onder het regime van Saddam waren de bedevaartstochten
verboden. De laatste grote ceremonie in 1977 eindigde
in een massamoord op sji'itische pelgrims door aanhangers
van Saddam.
|