| |
 |
|
> artikel |
|
|
|
|
|
| De
oorlog in vogelvlucht |
22-04-2003
|
Samenvatting
van 21 dagen oorlog
"De tijd voor diplomatie is voorbij." Met die woorden
maakt de Amerikaanse president Bush op dinsdag 18 maart
duidelijk dat zijn geduld met Saddam Hussein op is. De
Iraakse dictator wordt nog één allerlaatste uitweg geboden;
hij moet Irak binnen 48 uur verlaten en de macht overdragen.
Doet hij dat niet dan trekken de VS en zijn trouwe bondgenoot
Groot-Brittannië buiten de VN om tegen Irak ten strijde.
Zoals te verwachten valt, laat Saddam het ultimatum verstrijken.
Een aantal uren na het verlopen van de deadline vallen
de eerste bommen op Bagdad. Iraqi Freedom, zoals de Amerikanen
hun tweede operatie in Irak noemen, is een feit. Aanvankelijk
moet alleen de hoofdstad het ontgelden, maar daarna zijn
ook de Noord-Iraakse steden Mosul en Kirkuk doelwit van
bombardementen.
Shock and awe
De verwachte shock and awe (een aanvalstactiek waarbij
het Iraakse leger verlamd wordt door een storm van zware
luchtaanvallen, in de hoop dat het zich zal overgeven)
blijft de eerste dagen uit. De luchtacties beperken zich
in het begin vooral tot precisiebombardementen op doelen
van het Iraakse regime. Na een aantal dagen worden de
aanvallen geïntensiveerd. Bagdad ligt gedurende de hele
oorlog onder vuur.
Geallieerde grondtroepen trekken via Koeweit het zuiden
van Irak binnen. Er wordt hevig gevochten in de steden
Basra, Umm Qasr, Nasriye en Najaf. Van gevreesde chemische
tegenaanvallen is geen sprake. Al snel wordt de val van
Umm Qasr en Basra gemeld, maar er wordt te vroeg gejuicht.
Fedayeen-strijders en leden van de Baathpartij blijven
de steden onveilig maken en het duurt uiteindelijk meer
dan twee weken voordat de Britten het sein veilig kunnen
geven.
Tegenslagen
Het felle verzet is één van de tegenslagen waar de coalitie
mee te maken krijgt. Een andere tegenvaller is dat het
niet mogelijk is een front te openen in Noord-Irak. Het
Turkse parlement staat namelijk niet toe dat Amerikanen
vanaf Turks grondgebied Irak binnenvallen. De Turken willen
zich niet mengen in de oorlog. Deels uit angst voor represailles
van Irak en deels omdat ze bang zijn dat Turkse en Iraakse
Koerden in Noord-Irak hun krachten zullen bundelen.
Verder worden de Amerikaanse en Britse soldaten tegen
de verwachting niet met open armen ontvangen door de lokale
Iraakse bevolking. De terughoudendheid van de burgers
valt wel te verklaren. Toen zij in de eerste Golfoorlog
van 1991 in Basra in opstand kwamen, werden zij in de
steek gelaten door de Amerikanen. Na die oorlog kregen
ze te maken met flinke represailles van Saddam.
De aanvankelijk snelle opmars naar Bagdad loopt vertraging
op door problemen met de bevoorrading vanuit het zuiden,
er worden geen massavernietigingswapens (voor de VS de
ultieme legitimatie om een oorlog te beginnen) gevonden
en er vallen veel onnodige slachtoffers, zowel onder de
Iraakse bevolking als onder de Amerikaanse en Britse militairen.
Voor de tegenstanders van de oorlog, waaronder Frankrijk,
Duitsland en Rusland, reden te meer om opnieuw kritiek
te leveren op de Amerikaanse inval.
Verder is er onduidelijkheid over het lot van Saddam Hussein.
Is hij omgekomen bij één van de bombardementen; houdt
hij zich schuil in een ondergrondse bunker of is hij gevlucht
naar buurland Syrië? De president verschijnt meerdere
malen op de Iraakse televisie, maar niet duidelijk is
of het hier om eerder opgenomen beelden gaat of om één
van zijn dubbelgangers.
Al-Sahaf
Was de minister van Buitenlandse Zaken Tareq Aziz tijdens
de eerste Golfoorlog nog het gezicht van het Iraakse regime,
nu is het Mohammed Said al-Sahaf, de minister van Informatie.
Iedere dag praat hij de internationale pers bij over de
oorlogssituatie in zijn land. De man met de eeuwige baret,
groene legerblouse en het gebrekkige Engels wekt daarmee
grote hilariteit op over de hele wereld. Terwijl de bombardementen
op Bagdad op de achtergrond te horen zijn en de grondtroepen
de hoofdstad naderen, blijft hij volhouden dat het regime
de situatie onder controle heeft en dat de Amerikanen
nog niet eens in de buurt zijn.
In Arabische landen groeit al-Sahaf uit tot een ware mediaheld.
Hij maakt een sport van het verzinnen van scheldwoorden
voor de Amerikaanse president Bush en de Britse premier
Blair. Menig Arabier moet er het woordenboek op naslaan
om de betekenissen van zijn scheldkanonades op te zoeken.
Ommezwaai
De laatste keer dat er een 'al-Sahaf-show' wordt gehouden
is op 8 april. De geallieerden hebben het vliegveld van
Bagdad dan al een paar dagen in handen en het lijkt uit
te draaien op een hevige en lange strijd om de hoofdstad.
Maar niets is minder waar. Er vindt een ommezwaai plaats.
Veel sneller dan verwacht trekken de Amerikanen Bagdad
binnen. Het verzet van de Iraakse strijders, waaronder
de Republikeinse Garde, het persoonlijke leger van Saddam,
blijkt miniem.
Op 9 april wordt de val van Bagdad ingeleid. Van het Iraakse
regime wordt niets meer vernomen en dat is voor de bevolkig
het teken dat het nu echt gedaan is met de decennialange
dictatuur. Burgers komen in opstand. Beelden en portretten
van Saddam worden vernield en er breken plunderingen uit.
Op verschillende plaatsen worden de Amerikanen met gejuich
binnengehaald.
De val van de Iraakse hoofdstad wordt gesymboliseerd door
het omvertrekken van een zes meter hoog standbeeld van
Saddam in het centrum van de stad. Iraakse burgers worden
daarbij geholpen door Amerikaanse militairen. Televisiezenders
over de hele wereld zenden het tafereel op het Firdos-plein
live uit.
Nieuwe fase
"Het Iraakse regime is nog niet gevallen", waarschuwt
de Amerikaanse brigade-generaal Brooks. De enige stad
die nog niet in handen is van de coalitie is Tikrit, de
geboorteplaats van Saddam. Maar ook daar blijft het verwachte
hevige verzet uit. Hoewel op een aantal plaatsen in Irak
nog wel kleine gevechten plaatsvinden, kan worden vastgesteld
dat de Amerikanen hebben gewonnen en de oorlog voorbij
is. Een nieuwe fase gaat in: de wederopbouw van Irak.
|
|
|
|
 |
| |
 |
|
>>
|
|
|
|
|