Aanval op Irak
geschiedenis
Irak van 1920 tot nu

Historisch overzicht door Radio 1 Journaal

1920 - 1957: De Iraakse monarchie
1958 - 1979: De stichting van de republiek

1980 - 1988: De oorlog met Iran

1990 - 1996: De Golfoorlog en daarna

1997 - heden: Een nieuw conflict

1920 - 1957: De Iraakse monarchie
"De Irakezen zijn een verdeeld en meedogenloos volk. Irak is één van de moeilijkste landen om te regeren." Wie de moderne geschiedenis van het land bekijkt, kan de voormalige chef van de Iraakse geheime dienst die deze uitspraak deed, niet anders dan gelijk geven. De twintigste eeuw in Irak wordt gekenmerkt door een aaneenschakeling van binnenlandse en buitenlandse, vaak langdurige conflicten.

Tot de Eerste Wereldoorlog maken de Turken de dienst uit in de Golfstaat, maar daaraan komt een einde als de Britten hen verdrijven. Dat leidt ertoe dat het land in 1920 onder Brits mandaat komt. Twee jaar later laat Faisal ibn-Hussein zich onder Brits toezicht als eerste koning van Irak kronen. De monarchie alleen blijkt echter geen garantie voor een stabiele staat. In 1930 trekt Londen zijn handen van Irak af en daarmee breekt een lange periode van instabiliteit en etnische en religieuze spanningen aan.

Hoewel de soennitische moslims in Irak in de minderheid zijn, slagen zij erin de sji'itische meerderheid en de Koerden in noorden systematisch te discrimineren; een constante in de Iraakse geschiedenis die tot op de dag van vandaag voortduurt.
naar boven

1958 - 1979: De stichting van de republiek
Een militaire coup onder leiding van generaal Abdul Qasim maakt op 14 juli 1958 een einde aan de monarchie. De koning en de sterke man achter de schermen, Noermi al-Said, worden vermoord. Irak wordt een republiek. De militaire machthebbers zoeken toenadering tot de Sovjet-Unie en in de decennia die volgen, wordt een hechte band gesmeed tussen de Iraakse leiders en het Kremlin.

De jonge Saddam Hussein
De liaison met het communisme legt met name de pan-arabische socialistische Baath-partij geen windeieren. De groep wint gaandeweg aan invloed en pleegt in 1963 een nieuwe staatsgreep. In de jaren die volgen komt binnen de partij de radicale vleugel op, met de jonge Saddam Hussein in de gelederen. Die machtsverschuiving mondt in 1968 uit in een nieuwe coup, die Achmed Hassan al-Bakr als president aan de macht brengt. Zijn neef Saddam Hussein wordt zijn rechterhand.

Saddam vestigt in de jaren die volgen zijn reputatie van een meedogenloze dictator. Zo laat hij in 1969 als vice-voorzitter van de Revolutionaire Commandoraad (RCC) 14 vermoedelijke samenzweerders ophangen uit onvrede over de Arabische nederlagen in de Zesdaagse Oorlog tegen Israël. In 1979 maakt Saddam Hussein de laatste stap in zijn carrière als president al-Bakr aftreedt. Hussein executeert als nieuwe leider direct een derde van de RCC en ook tientallen leden van de Baath-partij.
naar boven

1980 - 1989: De oorlog met Iran
De sji'itische revolutie in het buurland Iran zorgt voor grote ongerustheid in Irak. Het land voelt zich bedreigd en herroept het bilaterale verdrag van Algiers uit 1975, waarin onder meer is vastgelegd dat Iran enkele eilandjes in de Golf mag bezetten. In september 1980 verklaart Irak de oorlog en valt met een grote legermacht de olierijke provincie Khyuzistan binnen. De dag erna worden Iraanse luchtmachtbases aangevallen. Iran slaat terug en de Iraaks-Iraanse Oorlog is begonnen.

Tijdens de oorlog herstelt Irak de diplomatieke betrekkingen met de VS, dat het Iraakse regime steunt in de strijd tegen Iran. Ook Frankrijk en de Sovjet-Unie helpen Irak, onder meer met wapens. In 1987 roept de Veiligheidsraad van de VN de strijdende partijen op tot een onmiddellijk staakt-het-vuren. Irak aanvaardt de resolutie 598, maar Iran vecht door.

In 1988 zet Irak chemische wapens in tegen Koerden in de stad Halabjah. Op 20 augustus van dat jaar worden Iran en Irak het alsnog eens over een bestand. De VN houdt toezicht op de naleving ervan. De oorlog heeft dan aan één miljoen militairen het leven gekost.
naar boven

1990 - 1996: De Golfoorlog en daarna
Het conflict met Iran is net twee jaar beslecht als Irak het buurstaatje Koeweit binnenvalt. Een internationale strijdmacht onder leiding van de VS roept de expansiedrift van Saddam Hussein met Operatie Desert Storm een halt toe.

Op 27 februari 1991 is Koeweit bevrijd. Hoewel Irak verslagen is, blijft Saddam Hussein ook na de Golfoorlog vast in het zadel. In het vredesverdrag dat volgt, belooft Irak VN-inspecties toe te staan die moeten toezien op de vernietiging van alle chemische en biologische wapens en lange-afstandsraketten. Ook zegt het land toe de ontwikkeling van massavernietigingswapens te staken.

De no-flyzones
Het Iraakse regime probeert in de jaren die volgen de speelruimte die het wordt toegestaan te vergroten. Iraakse gevechtsvliegtuigen wagen zich in de zogeheten no-flyzones, waar ze door Amerikaanse toestellen beschoten worden. In 1993 wordt het hoofdkwartier van de Iraakse geheime dienst in Bagdad door Amerikaanse raketten getroffen als represaille. Irak had het plan opgevat om president Bush sr. te vermoorden tijdens zijn bezoek aan Koeweit. Als in 1996 Iraakse troepen ten strijde trekken tegen de Koerdische bevolking in het noorden, tikt de VS hen opnieuw op de vingers. De no-flyzone wordt uitgebreid tot de 33ste breedtegraad.

Internationaal neemt de bezorgdheid toe over het lot van de Iraakse bevolking, die lijdt onder de gevolgen van de Golfoorlog en de sancties die Irak zijn opgelegd. Irak wordt in 1995 toegestaan om de olie-export te hervatten volgens het 'olie-voor-voedsel-programma'. Irak gaat daar in 1996 mee akkoord. Volgens het programma mag Irak voor twee miljard dollar per jaar aan olie exporteren. Van de opbrengst is 45 procent bestemd voor voedsel en medicijnen, 30 procent voor herstelbetalingen aan Koeweit, 15 procent voor hulpgoederen voor de Koerden en 10 procent voor het financieren van de VN-wapeninspecties.
naar boven

1997 - heden: Een nieuw conflict
In oktober 1997 zet Saddam Hussein de Amerikaanse leden van het team van VN-wapeninspecteurs het land uit. De gemoederen lijken na Russische bemiddeling te bedaren, maar in 1998 slaat de vlam alsnog in de pan. Irak verklaart geheel ontwapend te zijn en zegt de samenwerking met de inspecteurs op. Het team, dat volgens Bagdad te veel Britse en Amerikaanse leden telt, wordt de toegang tot de presidentiële gebouwen ontzegd.

Het antwoord van de VS is opnieuw militair. In december 1998 gaat de Amerikaans-Britse operatie Desert Fox van start. Er worden honderden nachtelijke luchtaanvallen uitgevoerd op Iraakse bases om eventueel aanwezige chemische, biologische en kernwapens te vernietigen.

Van 1999 tot 2001 heerst er een gespannen rust. Een nieuwe VN-resolutie die bepaalde sancties opschort als Irak nieuwe wapeninspecties toelaat, wordt door het land afgewezen. De VS en Groot-Brittannië voeren in deze periode regelmatig aanvallen uit op Iraakse luchtafweersystemen. Ondertussen zoekt Irak voorzichtig toenadering tot de buurlanden. Het vliegveld van Bagdad gaat in 2000 weer open voor internationale luchtvaart, Irak sluit vrijhandelsverdragen met enkele landen en de treinverbinding met Turkije wordt heropend.

DE Amerikaanse president Bush
In 2002 komt de situatie in een stroomversnelling. De Amerikaanse president George W. Bush richt na de verdrijving van de Taliban uit Afghanistan zijn aandacht op Irak, als onderdeel van de 'As van het Kwaad'. De groeiende druk leidt ertoe dat Irak voor het eerst sinds 1992 weer een VN-diplomaat uitnodigt. Het is voorzitter Hans Blix van Unmovic, de organisatie van de wapeninspecteurs.

In augustus nodigt Irak Blix uit om te komen praten over de hervatting van de wapeninspecties en een maand later gaat Irak akkoord. In november komt met het aannemen van VN-resolutie 1441 het spel op de wagen. Daarin wordt Irak verplicht op korte termijn de beloftes waar te maken en aan te tonen dat er geen verboden wapens meer zijn. Eind november keren de inspecteurs terug in Irak. De wereld volgt hun inspanningen met een vergrootglas. Voor de VS is al gauw duidelijk dat Irak nog altijd tekort schiet, maar het lukt Washington nog niet om Europa van de noodzaak van hernieuwd militair ingrijpen te overtuigen.
naar boven




 
 
NOVA NOS