Irak en Noord-Korea.
Beide landen genieten de twijfelachtige eer deel uit te
maken van de 'As van het Kwaad' van president Bush. Maar
de één lijkt 'kwader' dan de ander. Waar
de VS Saddam Hussein met geweld een lesje wil leren, zet
het Witte Huis alleen diplomatieke middelen in om Noord-Korea
weer in het gareel te krijgen. En dat terwijl Noord-Korea
al openlijk werkt aan een nieuw kernwapenprogramma.
Meten met twee maten, smalen Bush-criticasters. Het
zou de VS vooral te doen zijn om de Iraakse olievoorraad.
"Geen bloed voor olie", riepen honderduizenden
betogers in februari tijdens wereldwijde demonstraties
tegen een aanval op Irak. Maar welke rol speelt de olie
in dit conflict?
Olievoorraad
De VS is voor haar olievoorziening grotendeels afhankelijk
van het buitenland. Het land heeft dagelijks 20 miljoen
vaten (van 159 liter) ruwe olie nodig om in de energiebehoefte
te voorzien en die behoefte zal in de toekomst alleen
maar toenemen. De meeste olie importeert de VS uit Saudi-Arabië,
maar sinds de aanslagen van 11 september waarbij Saudische
terroristen betrokken waren, zijn de relaties vertroebeld.
Mede daarom is de blik gericht op Irak, dat met 112
miljard vaten over 11 procent van de oliereserves ter
wereld beschikt, en volgens experts mogelijk zelfs het
dubbele. Ter vergelijking: de VS heeft zelf een oliereserve
van 22 miljard vaten.
'Vrije toegang'
Generaal Zinni, destijds bevelhebber van de Amerikaanse
troepen in het Midden-Oosten, erkende in 1999 voor het
eerst met zoveel woorden dat de Golfregio met zijn enorme
oliereserves voor de VS van "cruciaal belang"
zijn. De VS zou daarom "vrije toegang" moeten
afdwingen tot de bronnen in de regio.
Ook de huidige Amerikaanse vice-president Dick Cheney
- die voordat hij de politiek inging rijk is geworden
in de olie- sprak in 2001 in een energierapport zijn
zorg uit over de toenemende Amerikaanse afhankelijkheid
van olie- en gasimport.
Hij meende dat voorkomen moest worden dat 'vijanden'
van de VS "een overdreven invloed" krijgen
op de energiemarkt. Het omverwerpen van de Iraakse leider
Saddam Hussein en het in het zadel helpen van een pro-Amerikaanse
regering in Irak zou dus een vitaal economisch belang
van de Amerikanen dienen.
Sancties
Irak leverde voor de oorlog maar een minimale bijdrage
aan de oliehandel in de wereld. Sinds Saddam Hussein
de Golfoorlog in 1991 verloor, raakte hij de zeggenschap
over de olie-export kwijt. Hij mag onder dreiging van
strenge sancties slechts mondjesmaat olie uitvoeren
(het olie-voor-voedsel-programma) tegen een door de
VN vastgestelde prijs.
Saddam Hussein heeft intussen wel voor miljarden dollars
exploitatiecontracten gesloten met een aantal landen
(de VS uitgezonderd) die ook azen op de Iraakse olie.
Zodra de VN-sancties tot het verleden behoren, hopen
oliemaatschappijen uit onder andere Frankrijk, Rusland
en China snel te kunnen beginnen met de exploitatie
van de Iraakse olievelden. Voorwaarde is natuurlijk
wel dat een nieuw regime de contracten niet ongeldig
verklaart.
Met name Frankrijk en Rusland vrezen dat hun oliebelangen
in Irak geschaad worden als het regime in Bagdad door
de VS omvergeworpen wordt. Dat is deels ook de verklaring
voor de terughoudendheid van deze landen om de Amerikaanse
aanval op Irak te steunen.
Te simpel
De gedachte dat de VS Irak alleen wilde aanvallen om
de olie is volgens sommige deskundigen echter te simpel.
"Ik verzet mij tegen het idee dat het de Amerikanen
alleen om de olie te doen is", zegt prof. dr. Coby
van der Linde, energiedeskundige van het instituut Clingendael.
"De dreiging die van Saddam uitgaat is reëel,
met name voor de buurlanden. Maar ik kan en wil niet
ontkennen dat olie in dit conflict wel een belangrijke
rol speelt."
De econoom Sweder van Wijnbergen gelooft ook niet in
"een oorlog om de olie". De voornaamste reden
voor een oorlog is volgens de econoom toch "het
gevaar dat Saddam is voor de wereldvrede". Het
is bovendien geen koloniale oorlog, waarbij de VS Irak
bezet en zeggenschap krijgt over het land en zijn bronnen,
meent Van Wijnbergen. "De oliebronnen behoren toe
aan Irak. Een nieuwe regering zal daarover beslissen.
Als die regering de VS gunstig gezind is, kunnen Amerikaanse
bedrijven meedoen op de Iraakse oliemarkt."
Verschil
Van Wijnbergen ziet ook een verschil met het conflict
met Noord-Korea dat niets met olie te maken heeft. "Noord-Korea
hield zich tot voor kort wél aan de overeenkomst
over het stopzetten van het nucleaire wapenprogramma,
terwijl Irak al ruim tien jaar de zaak saboteert."
Van Wijnbergen meent dat het conflict met Noord-Korea,
in tegenstelling tot dat met Irak, in een stadium verkeert
dat er nog veel ruimte tot onderhandelen is.
|