| |
Niet
de Duitser Sven Hannawald, niet de Pool Adam Malysz, maar
de 20-jarige Simon Ammann uit Zwitserland is er met het
olympisch goud vandoor gegaan op de K90-schans van Park
City. De jongeling vergaarde met zijn twee sprongen over
98,0 en 98,5 meter net even meer punten dan Hannawald,
die eerder dit jaar op een voetstuk terechtkwam door als
eerste atleet tijdens de Vierschansentoernee ongeslagen
te blijven. De Duitser gold dan ook als de grote favoriet,
ook al omdat Adam Malysz, de leider in het wereldbekerklassement,
al een tijdje op zoek is naar de grote vorm. De Pool moest
zich in Salt Lake City tevreden stellen met brons.
Hoewel
Ammann pas twintig lentes oud is, was hij er vier jaar
geleden in Nagano ook al bij. Leren was destijds het devies
voor de durfal uit Grabs, die 35e werd op de kleine schans
en 29e op de grote 120 meter-schans. Een briljante leerling
toonde Ammann zich niet, maar langzaamaan kwam wel degelijk
de wereldtop in zicht. Dit seizoen, waarin een blessure
hem een aantal weken aan de kant hield, eindigde de Zwitser
zelfs al twee keer als tweede en derde bij wedstrijden
om de wereldbeker. Toch werd de Zwitser, die op grote
toernooien nooit bij de beste twintig terug te vinden
was, niet tot de grote kanshebbers op een medaille gerekend.
In
Park City deed hij echter iedereen versteld staan door
bij zowel zijn eerste (98,0 meter) als tweede sprong (98,5
meter) slechts één man voor zich te dulden.
Bij de eerste poging sprong Malysz verder, maar de waardering
voor de sprong van Ammann was hoger. Bij de tweede poging
leek topfavoriet Hannawald de zaken naar zijn hand te
zetten met een afstand van 99 meter, maar opnieuw bleek
de technische uitvoering van Ammann beter.
Hannawald kon wel vrede hebben met het zilver. "Bij
de Spelen gaat het om een medaille, het maakt niet uit
welke kleur die heeft", aldus de Duitser, die zich
meer kansen toedicht op de 120-meterschans. De Finnen,
van oudsher toonaangevend bij het springen, grepen eendrachtig
naast de medailles. Ahonen, Lindström en Hautamäki
eindigden op de plaatsen vier, vijf en zes.
|