| |
In het Utah Olympic Park van Salt Lake
City kruisen de schansspringers de degens op drie onderdelen.
De sprongen van de 90 meter-schans, de sprongen van de
120 meter-schans en de landenwedstrijd van de 120 meter-schans.
In alledrie de competities maakt een deelnemer twee sprongen,
waarvan
de afstanden en de stijlscores bij elkaar op worden geteld.
Bij de landenteams wordt elk land vertegenwoordigd door
een groep van vier springers, waardoor er uiteindelijk
acht sprongen bij elkaar op moeten worden geteld.
Puntentelling en titelverdedigers
De springers zullen proberen over het kritische punt te
springen en dat ligt op de 90 meter-schans op 90 meter
en op de 120 meter-schans op 120 meter. Het bereiken van
dat kritische punt levert de schansspringer 60 punten
op en elke meter die hem scheidt van dat punt levert hem
twee punten per meter op of kost hem juist twee punten.
Vier jaar geleden was het goud op de kleine schans voor
de Fin Jani Soininen,
die de Japanner Kazuyoshi Funaki en Oostenrijker Andreas
Widhölzl voorbleef. Op de grote schans bezorgde Funaki
het thuisland wel een gouden medaille. Hij sprong verder
dan Soininen en zag toe hoe zijn landgenoot Masahiko Harada
het succes compleet maakte door de bronzen plak te veroveren.
In de landenwedstrijd was er eveneens goud voor Japan,
dat Duitsland en Oostenrijk klopte.
Sven Hannawald, Adam Malysz en Martin Schmitt
De favorieten moeten gezocht worden in het selecte groepje
springers dat dit seizoen de wereldbekerwedstrijden domineert.
Allereerst is er de Duitser Sven Hannawald, die dit seizoen
geschiedenis schreef door alle vier wedstrijden van de
Vierschansentoernee te winnen. De daaropvolgende wedstrijd
in het Duitse Willingen won Hannawald ook. De zegereeks
heeft hem nog niet de leiding in de wereldbeker opgeleverd.
Adam Malysz gaat hem nog voor. De Pool kende een uitmuntend
voorseizoen waarin hij zeven van de achttien wereldbekerwedstrijden
wist te winnen en drie keer net naast de overwinning greep.
De opmars dit seizoen van Hannawald is opvallend. De afgelopen
twee jaar was zijn landgenoot Martin Schmitt de held van
Duitsland en de magere Hannawald stond ver in Schmitts
schaduw. Schmitt won in 1999 elf wereldbekerwedstrijden,
een record. De jonge Duitser (toen 20) werd tevens wereldkampioen
dat jaar en hij leek voorbestemd om de sport jarenlang
te gaan domineren. De rentree van Malysz in het jaar erop
veranderde de krachtsverhoudingen echter. De Pool evenaarde
het aantal wereldbekerzeges van Schmitt. Tijdens het WK
won Malysz op de kleine schans, terwijl Schmitt op de
grote schans de sterkste was. De grote schans is ook het
favoriete onderdeel van Hannawald. De frêle Duitser
paste zijn eetpatroon aan en deed in de zomer veel aan
krachttraining, wat hem zo'n vijf kilogram aan extra gewicht
opleverde. Zijn zege in de Vierschansentoernee heeft hem
uit de schaduw van de met zijn knieën kwakkelende
Schmitt getild en hem tot één van de favorieten
voor het goud in Salt Lake City gemaakt.
Een rits podiumkandidaten
Er zijn echter een heleboel anderen die in de gaten moeten
worden gehouden,
zoals de Japanner Funaki, de Oostenrijkers Martin Höllwarth,
Andreas Widhölzl (winnaar van de laatste twee WB-wedstrijden
en dus in vorm) en Andreas Goldberger, de Duitser Stefan
Hocke, de Zwitser Simon Ammann, de Finnen Matti Hautamaeki,
Janne Ahonen en Risto Jussilainen, de Amerikaan Alan Alborn
en de Slovenen Robert Krajec en Peter Zonta. Op de landenwedstrijd
worden de medailles waarschijnlijk verdeeld over de landen
die traditioneel de breedste selecties hebben: Duitsland,
Finland, Oostenrijk en Japan. |