| |
De Noordse combinatie bestaat uit langlaufen en schansspringen.
Deze
combinatie wordt op drie onderdelen betwist: de sprint,
de individuele
discipline en de teamdiscipline.
Sprint
Op dit onderdeel moet een deelnemer eerst een sprong van
de grote schans (120 meter) maken, om een dag later met
zijn tegenstanders om het snelst een afstand van 7,5 kilometer
langlaufend in de vrije
stijl af te leggen. De leider na het springen start dan
als eerste en zijn puntenvoorsprong wordt omgerekend in
een aantal seconden. Degene die het eerst finisht, is
kampioen.
Individueel
Er moeten twee sprongen gemaakt worden van de kleine schans
(90 meter), waarna de klassementsleider net als bij de
sprint tijdens het langlaufen (nu 15 km) met een in seconden
omgerekende voorsprong van start gaat.
Team
Vier deelnemers per land maken twee sprongen van de kleine
schans. De score van de acht sprongen worden opgeteld
en het land dat het klassement aanvoert, gaat tijdens
de langlaufestafette (4x5 km) met een omgerekende voorsprong
als eerste van start.
Favorieten
De gouden plakken op de sprint en het individuele onderdeel
worden waarschijnlijk verdeeld onder de mannen die dit
seizoen in de World Cup de dienst uitmaken. Allereerst
is er de Oostenrijker Felix Gottwald, die op de sprint
dit seizoen al twee keer de sterkste was en vier keer
de zege greep op het onderdeel individueel. Ook
zijn de ogen gericht op de Duitser Ronny Ackermann, die
vijf keer als winnaar het strijdperk verliet (drie keer
sprint, twee keer individueel).
De overige drie zeges gingen naar de Amerikanen Bill Demong
en Todd Lodwick (beiden individueel) en de Finse zilveren
medaillewinnaar van Nagano (onderdeel individueel) Samppa
Lajunen, die de sprint in het Slowaakse Strbske Pleso
won.
Bij de landenteams zal de strijd gaan tussen de vijf koplopers
van de World Cup 2001/2002: Duitsland, Oostenrijk, Finland,
de VS en Japan. Outsider is titelhouder Noorwegen, die
zesde staat in de wereldbekerstand. |