| |
Van 11 tot en met 22 februari strijden tien heren- en
tien damesteams in de Ice Sheet in Ogden om de gouden
medaille bij het curling. De sport is pas sinds de Spelen
van Nagano (1998) een officieel olympisch
nummer. Toch gaat de olympische historie van curling veel
verder terug, want in 1924 (Chamonix), 1932 (Lake Placid),
1988 (Calgary) en 1992 (Albertville) was het al een demonstratiesport.
Saai
Voor de meeste televisiekijkers is drie uur lang naar
curling kijken ontzettend saai. Voornamelijk in Noorwegen,
Canada en Zwitserland zijn kijkers urenlang aan hun televisietoestel
gekluisterd. In die landen is de sport namelijk razend
populair.
Curling is een tactisch en volgens kenners zenuwslopend
spelletje. Er verschijnen
twee teams van vier personen op het ijs. Om en om schuiven
de deelnemers
twee schijven van 20 kilogram over de 44,5 meter lange
baan. Doel is om de schijven zo dicht mogelijk bij het
centrum (de 'tee') van een roos (de 'house') te krijgen.
De totale lengte van het doel is 3,66 meter. De schijven
van de tegenpartij mogen worden weggekaatst, twee vooruitgesnelde
teamgenoten mogen met behulp van bezems het ijs verwarmen
en zo de snelheid van de schijven beïnvloeden.
Steen
De tien teams bij de heren en de dames treffen elkaar
in een enkele competitie. Daarna volgen de halve finales.
Een wedstrijd bestaat uit tien 'ends', te vergelijken
met innings bij het honkbal. In één end
schuiven per team de vier leden in totaal acht schijven.
Als dat achter de rug is, wordt de score opgemaakt. Het
team dat de steen het dichtst bij de 'tee' heeft liggen,
wint deze end.
Favoriet
In het herentoernooi is tweevoudig wereldkampioen Zweden
met Peter Lindholm favoriet. Ook de Zwitsers met de gebroeders
Andreas en Christof Schwaller en de Canadezen met Markus
Eggler en Greg McAulay hebben een goede kans op olympisch
eremetaal. |