| |
Arend
Glas heeft met zijn remmers Marcel Welten, Timothy Beck
en Edwin van Calker ook in de laatste twee runs geen indruk
kunnen maken. De bobsleeër eindigde met zijn viermansbob
op een teleurstellende 17de plaats. Glas ging er van tevoren
vanuit dat hij zich in de toptien zou bobben.
De verdeling van de medailles was een Duits-Amerikaanse
aangelegenheid. De Duitsers snaaiden de eerste plaats
op drietiende seconde weg voor de neus van het eerste
Amerikaanse team. USA II eindigde daar vijfhonderdste
achter en moest genoegen nemen met het brons.
Een plaats in de top drie was na de eerste dag al een
utopie voor Arend Glas en makkers. Na de
eerste twee runs stond de Fries op de teleurstellende
vijftiende plaats. Ook op de tweede dag kon Glas niet
de tijden maken waarop hij van tevoren gehoopt had. Zijn
eerste twee runs gingen in 47,15 seconden en 47,18, de
runs op de laatste dag waren zelfs slechter: 47, 82 en
48,43 seconden.
Niets zat mee voor Arend Glas. De viermansbobber trok
één conclusie: "Mij krijgen ze niet
klein." Op een positie bij de eerste tien was gerekend.
"Daar horen we thuis", zei Glas na de laatste
run. "Hier echter zat alles tegen. Mechanische pech
bij de derde run bij het intrekken van de aanduwhendel.
Dat kost drietiende van een seconde. Het is mij in tien
jaar nooit eerder overkomen."Van donkere wolken wilde
de Fries niets weten. "We gaan gewoon verder."
Hoe, dat wist hij niet precies. Glas, vooraf in opspraak
geraakt wegens extreem politiek verleden (hij nam er nadrukkelijk
afstand van), zoekt een nieuwe sponsor.
|