24 februari 2002
O Canada
My home and native land
True patriot love,
In all thy sons command
With glowing hearts we see thee rise
The true north, strong and free
From far and wide, O Canada,
We stand guard for thee
Zeg nou zelf, prachtig of niet? Het land heeft het
mooiste volkslied van allemaal. En hier in Salt Lake
City zijn vriend en vijand tot dezelfde slotsom gekomen:
Canada is cool.
Maar cool is iets dat Canadezen weinig zegt. So what?
Begrijpelijk voor een land waar de winter elf maanden
duurt. Leuk en aardig, die internationale waardering.
Maar het laatste waar de 31.156.393 inwoners zich vandaag
om bekommeren, is hun populariteit en charisma in de
rest van de wereld. Totaal onbelangrijk.
Want vandaag is het moment van de waarheid. Het moment
dat al die Canadezen
eindelijk weten waartoe zij op deze aarde zijn gezet.
Als uitvinder van het
ijshockey is hun bestaansrecht ontleend aan de Olympische
gouden medaille die
vandaag tegen Amerika op het spel staat.
Canada heeft een lijdensweg van vijftig jaar achter
de rug. Een halve eeuw zijn ze kansloos geweest op het
Olympisch ijshockey-toernooi. En dat is in het land
van de Mounties een nationale tragedie. Vol schaamte
hebben ze zich al die tijd moeten verschuilen achter
het bloedrode esdoorn-blad dat hun nationale vlag siert.
In 1952 waren zij voor het laatst Olympisch ijshockey-kampioen.
Tussen 1920 en 1952 verloren ze maar één
wedstrijd, scoorden ze in 41 wedstrijden maar liefst
403 doelpunten en incasseerden slechts 34 tegentreffers.
Zestig procent van de huidige spelers uit de National
Hockey League, de Noordamerikaanse profcompetitie, komt
uit Canada.
Kortom, Olympisch ijshockey-succes, of beter gezegd
het gebrek daaraan, is een nationale obsessie geworden.
En een pijnlijke. Want Canada begon in Salt Lake City
met een vette nederlaag tegen Zweden. Onmiddellijk sloeg
de paranoia toe, onderwierp het land zich aan een zorgwekkende
introspectie.
Psychologen werden geraadpleegd, en Canada's beroemdste
ijshockeyer, Wayne
Gretzky, dacht een verklaring te hebben gevonden. De
Great One wist het zeker: De wereld haat ons, zei hij.
Wij mogen niet winnen. Maar dat is natuurlijk flauwekul.
Want Canada is cool, zo heeft de wereld toch bepaald.
En zeker met de Verenigde Staten vandaag als tegenstander,
dat arrogante land
dat puur en alleen uit patriottische motieven denkt
recht te hebben op al het goud, heeft de wereld zich
als één man achter Canada opgesteld.
O Canada, met ons hart vol vuur zien wij jullie verrijzen.
Het ware noorden, sterk en vrij.
Van heinde en verre, Go Canada Go.
|