| |
22 februari 2002
Vandaag gaan we hoeken houden. Vijfentwintig lange rondjes
hoeken houden.
Okay? Ik heb geen idee wat het betekent, maar hoeken houden
is wat we vandaag
gaan doen. Dat moet. Op de Olympic Oval, op de tien kilometer.
En degene die vooral z'n hoeken gaat houden, is mijn
favoriete sporter. Al
jaren, al sinds ik hem zo'n vijftien jaar geleden voor
het eerst ontmoette.
't Was op een buitenbaantje ergens in Nederland, en
hij reed er als B-rijder
bij de marathon-schaatsers. Een snotneus. Achttien jaar,
jong en onbezonnen,
en 'n veel te grote bek.
Hij was om die reden ook onhandelbaar in Jong Oranje,
waar het keurslijf
belangrijker is dan ruw talent, en leek voor eeuwig
verbannen naar het
bandeloze leven van de marathon-rijders. Maar de langebaan
lonkte, en
omhelsde hem. Ondanks die grote bek. En met meer daden
dan woorden won hij de
Europese titel, in 1990. Twee jaar later zwierde hij
naar het Olympisch goud,
op de 10 kilometer in Albertville.
Van zijn generatie is precies tien jaar later niemand
meer over. Zelf is-ie
noodgedwongen naar het buitenland gevlucht om de moordende
concurrentie van
Hollandse bodem van het lijf te houden. Als pseudo-Belg
is-ie verlost van de
duivelse kwalificatie-wedstrijden. Maar verlost is hij
niet van z'n grootste
vijand: zichzelf.
Hij is en blijft een ploeterende topsporter, de eeuwige
perfectionist die van
start tot finish met zichzelf worstelt. Vloekend en
tierend houdt-ie zich
staande, en daarin ligt de charme van mijn favoriete
sporter. Want verdomme,
hij weet dat-ie nog steeds met de besten meekan. Weet
ook dat-ie niet te
kloppen is als alle stukjes van de puzzle in elkaar
vallen.
Als het een keer niet meezit, en dat gebeurt vele malen
meer dan hem lief is,
reageert hij rucksichtlos. Smijt hij z'n schaatsen de
hele kleedkamer door,
maakt-ie van klapdeuren draaideuren, en besluit hij
voor de zoveelste keer
dat-ie stopt. Afgelopen, die flauwekul. Het heeft allemaal
geen zin meer. Weg
ermee. Duizend keer heeft-ie een punt achter z'n carriere
gezet, en duizend
keer is hij van pure ellende maar weer begonnen.
Zo kwetsbaar, maar ook zo onverzettelijk. De laatste
keer dat-ie er de brui
aan gaf, was vorige week zaterdag. Hoeken houden, dat
was dus het probleem.
De kont was te hoog, niet laag genoeg. En als je dan
ook nog eens een keer
geen hoeken kunt houden, dan ben je pelotonvulling.
Het waren zijn woorden,
uitgesproken na een erbarmelijke vijf kilometer.
Zo'n verschrikkelijke deceptie dat hij ter plekke besloot
te stoppen. Maar
ja, de volgende ochtend werd-ie wakker, rook hij het
ijs weer en de
mogelijkheid dat ooit die stukjes van de puzzle
Nou ja, u kent het verhaal.
Zoals ook het verhaal bekend moet zijn dat-ie er een
satanisch genoegen in
schept om bonds-officials te schofferen, de les te lezen
en op andere
manieren te kleineren waaruit hij vlak voor de wedstrijd
de nodige inspiratie
haalt.
Het goede nieuws komt dan ook uit het Belgisch olympisch
kamp. Deze atleet is
ondresseerbaar, zo sprak de Belgische chef de mission.
Ondresseerbaar. Dat is
'm ten voeten uit. En nou nog die hoeken houden, Bart,
nou nog die hoeken
houden.
|