| |
20 februari 2002
Dat ik nooit in de wieg ben gelegd om Olympisch kampioen
te worden, is deze
week weer eens onomstotelijk aangetoond. Ik ben namelijk
uit mijn bed gelazerd. Uit je bed vallen, wat heeft dat
met gouden medailles te maken? Alles, want het deed pijn.
En van pijn ben ik geen liefhebber. Dus moge het duidelijk
zijn dat ik me verre, maar dan ook verre houdt van skeleton.
Skeleton is typisch zo'n Olympische wintersport om
nachtmerries van te krijgen, en van uit je bed te donderen.
Alleen de naam al. Skeleton is vernoemd naar de vroegste
vorm van de zelfgebouwde slee, die op een skelet leek.
Inderdaad, een manische doden-rit, anders kun je het
niet omschrijven. Een suïcidale variant van bobsleeën
en rodelen. Je werpt je lichaam op een sleetje, en je
dendert naar beneden, met als verschil; het hoofd gaat
eerst.
Anderhalve kilometer lang, een daling van 100 meter,
vijftien bochten, met een maximum-snelheid soms van
125 kilometer per uur. Niet het alledaagse sleetje rijden,
zoals we dat van onze jeugd kennen. De idioterie die
skeleton heet, is in 1880 verzonnen in Sankt Moritz,
Zwitserland. Alleen hier ook was het een Olympisch nummer,
in 1928 en '48. Daarna verdween het van het programma.
Te gevaarlijk, vond het IOC.
Mwah, valt best mee, vinden de wereldwijd 800 skeleton-atleten.
Ja ja, achthonderd. Min één trouwens.
In oktober knalde een Litouwer bovenop een
collega, die net niet op tijd uit de baan was gestapt.
De ongelukkige man ging maar 55 kilometer per uur. Maar
overleed ter plekke. Sterven in het harnas, zou je zeggen,
maar het harnas bij skeleton is alleen de helm op het
hoofd. En dat hoofd hangt maar een paar centimeter boven
de harde ijsbaan.
Sturen en remmen doe je met je knieen en voeten, tenminste,
als je daaraan
toekomt. Hoe moet dat, vroeg Jimmy Shea, een Amerikaanse
favoriet, bij zijn
allereerste keer.
Het antwoord: Bek houden, en naar beneden.
Nee, effe serieus, drong Shea aan, ook niet gek natuurlijk.
Het antwoord: Bek houden, en naar beneden.
En daar ging-ie. Alsof hij gek was geworden.
Hopelijk houdt-ie z'n hoofd erbij, vandaag in Salt
Lake City, waar de mannen en vrouwen voor het eerst
sinds 54 jaar weer om goud, zilver en brons mogen sleeën.
Jimmy Shea heeft zowiezo al Olympische geschiedenis
geschreven. Zijn vader en grootvader waren Olympiers.
Opa won zelfs twee gouden medailles als schaatser in
1932.
En gevaar is voor deze familie een betrekkelijk fenomeen.
Terwijl de jongste, 33, willens en wetens zijn leven
waagt in zijn jacht op skeleton-goud, kwam opa, 91,
een paar weken geleden knullig en kansloos om het leven.
Hij werd aangereden door een dronken automobilist en
stierf een roemloze dood. Waarmee ik maar zeggen wil,
dan kun je nog beter tijdens een Olympische droom uit
je bed vallen en nooit meer wakker worden.
|