15 februari 2002
Zoals een kat zeven levens heeft, heeft de doorsnee Amerikaan
er twee. Een om
een fout in te maken, en een ander om die te herstellen.
Redemption.
Eerherstel. Dat tweede leven begint vandaag voor het nationale
ijshockey-team. Wordt Salt Lake City een herhaling van
Nagano '98 of van Lake
Placid 1980?
Vier jaar geleden maakten de Amerikaanse ijshockeyers
er in Nagano een
verschrikkelijke bende van. Het was de eerste keer dat
de professionals van
de National Hockey League mochten meedoen. Maar anders
dan de
beroeps-basketballers van de NBA is de concurrentie
in het internationaal
ijshockey een tikkeltje sterker.
Wat heet, Amerika had in Japan geen schijn van kans.
En wat gebeurde er
vervolgens, de teleurgestelde vedetten gingen door het
lint in het Olympisch
dorp. Mepten van alles kort en klein, drie slaapkamers
om precies te zijn, en
lieten een schadepost achter van drieduizend dollar.
Ugly Americans, werd hun
bijnaam. Dorpsidioten.
Extra treurig was het feit dat nooit is opgebiecht
wie de ware vandalen
waren. Aanvoerder Chris Chelios, onschuldig in '98,
schreef namens de ploeg
een excuus-brief en betaalde de schade. Maar die was
eigenlijk onherstelbaar.
En om die reden blaast het Amerikaans ijshockey-team
tijdens deze Spelen dan
ook niet al te hoog van de toren.
Een herhaling van Nagano zal zeker niet gebeuren, is
beloofd. Integendeel,
zeker na 11 september, zegt Team USA meer dan gebrand
te zijn op het
patriottisch goud. Da's allemaal leuk en aardig, maar
geen enkele Olympische
titel zal ook maar in de buurt komen van wat in 1980
in Lake Placid gebeurde.
Het Miracle on Ice, het mirakel op ijs.
Een stelletje universiteits-spelers maakten het onmogelijke
daar mogelijk. Ze
versloegen in de halve finales het onaantastbaar geachte
team van de
Sovjet-Unie. Het was vlak voordat president Reagan de
politiek Koude Oorlog
zou gaan winnen. Maar de sportieve moord op de Sovjets
in Lake Placid is iets
wat bij alle Amerikanen eindeloos kippenvel blijft veroorzaken.
Een vergelijking met een Nederlands sportfeit? Neem
de Europese voetbaltitel
in 1988, de overwinning van Oranje in de halve finale
tegen Duitsland. Voor
velen was dat een psychologische verwerking van de tragedie
in 1974. Nou, de
Olympische ijshockey-titel van de Amerikanen in Lake
Placid is hier het
tienvoudige van. Op zijn minst. En dat plaatst de verwende
professionals anno
2002 voor een tamelijk lastige opgave.
Een voordeel wellicht is de bondscoach, Herb Brooks,
dezelfde man die in 1980
de scepter zwaaide. Maar toen had-ie zeven maanden de
tijd om zijn studenten
te doen geloven dat ze de beste van de wereld waren.
Nu heeft Brooks pas
sinds gisteren zijn spelers tot zijn beschikking. En
vandaag is de wedstrijd.
Precies een week geleden was het voltallige team van
toen in Salt Lake City
om de Olympische vlam te ontbranden. En te hopen valt
dat de vedetten van nu
zich laten aansteken door de passie van een nog steeds
niet vervlogen,
miraculeus vuur.
|