11 februari 2002
Het zijn de piepkleine details natuurlijk die het verschil
bepalen tussen
goud en zilver. Maar bij het kunstrijden voor paren, zo
heb ik hier ontdekt,
hebben die details helemaal niks te maken met schaatsen.
Volgens de kenners
gaat het bij kunstrijden om één ding: sex-appeal.
Fysiek, innerlijk en wat
ook nog wel eens wil helpen, is de uitdagende kleding.
In Amerikaanse schaats-kringen werd de voorbije maanden
een verhitte
discussie gevoerd. Het sierlijk gehuppel op dat gladde
ijs begon steeds meer
en meer te lijken op een
ordinaire paringsdans.
Nou is dat in principe het
ideaalbeeld van kunstrijden voor paren. Toon de romantische
samenhang, de
licht erotische ineensmelting van een man met een vrouw
die op dat koude ijs
een spetterend vuur doen ontbranden.
Anno 2002 is dat kennelijk niet meer voldoende. Want
het regent klachten
onder jury-leden die een groot, zwart kruis willen zetten
door wat zij in hun
ogen te veel zien: het kruis van die glijdende stelletjes.
In een volkssport als voetbal is het kruis een natuurlijk
onderdeel van het
spel. Het is zelfs de voornaamste prioriteit van voetballers
als zij bij een
vrije trap een muurtje maken. En na een geslaagde actie,
bij voorkeur een
afstandsschot, wil een voetballer zijn zaakie wel weer
eens recht leggen. Big
deal.
Maar bij het kunstschaatsen ligt het kennelijk wat
gevoeliger. 'Smerig', zo
zei het Amerikaanse jurylid Charlie Cyr onlangs. Hij
beschreef hoe een vrouw
op de schouders van de man klom, haar benen om zijn
nek legde, achterover
ging hangen met haar kruis recht in zijn gezicht. En
dat alles vergezeld van
een stralende glimlach.
De jury was niet gecharmeerd. Is het nou kunst of atletisch
vernuft?
Sprankelende erotiek of boerse porno? De schaatsers
zelf weten het ook niet
meer. Nooit te beroerd om de benen net iets wijder te
trekken als dat een
allesbepalend honderdste punt oplevert, is er nu het
gevaar dat jury-leden
vol walging de ogen sluiten en dat belangrijke punt
aftrekken.
Verwarring dus in het puriteinse Salt Lake City. Waar
notabene tegen de
voorgevel van het hoofdkantoor van de Mormonenkerk een
immens doek hangt van
een Olympische kunstschaatsster. Die, jawel, haar benen
wijd openhoudt. Wie
in dat gebouw ergens halverwege de 43ste verdieping
een kantoor aan het raam
heeft, kijkt zo door haar kruis naar buiten. In de verte
ligt de schaatshal
waar sex-appeal deze week in de juiste banen moet worden
geleid.
Zo zie je maar, het gaat om de details. Al die informatie
heb ik eens rustig
op me laten inwerken hier in Salt Lake City. Want als
olympisch kijker, die
het dus verschrikkelijk mis had, ging het volgens mij
totnutoe maar om één
ding: vallen en opstaan.
|