| |
9 februari 2002
Wat was-ie mooi, he. Dat rood, dat wit en dat blauw. Een
prachtige vlag.
Kippevel, zo zei de commentator op de
Amerikaanse
tv.
Want ik heb het natuurlijk niet over de Nederlandse driekleur.
Ja, als sporters van Oranje kibbelen over wie dat ding
niet wil dragen, hoef ook ik er geen woord aan vuil te
maken. Nee, ik heb het over de Stars and Stripes natuurlijk.
De vijftig witte sterren tegen de blauwe achtergrond en
die rood met witte strepen.
Een beetje vuil was die vlag afgelopen nacht wel. En gescheurd,
aan alle kanten.
Dat was ook de charme van het moment dat, inderdaad, in
Amerika kippevel
veroorzaakte. Want de vlag is afkomstig van het World
Trade Center in New York.
Opgediept uit de puinresten van 11 september. En sindsdien
symbool voor de wederopstanding van het getroffen land.
Gehavend maar niet geknakt.
Sinds de aanslagen is de vlag overal geweest. In Amerikaanse
stadions, op scholen en zelfs in Afghanistan. Een erewacht
van brandweerlieden en Amerikaanse atleten, jawel - aan
vrijwilligers ook hier geen gebrek, bracht de vlag het
Olympisch stadion
binnen. In een doodse stilte.
En hoe anders was het toen de Amerikaanse ploeg binnenkwam.
Voorop shorttrackster Amy Peterson, en daarachter wapperde
elke atleet met
een klein Amerikaans vlaggetje. En dat wordt het oorverdovende
beeld van de komende twee weken.
Vlaggen, vlaggen, vlaggen.
Go USA, Go America, Go Stars and Stripes.
Wapperend patriottisme, extra aangewakkerd door de gebeurtenissen
van 11
september. The Healing Games. Wonden die definitief dichten,
met de vlag als hechting.
De Olympische Spelen zijn bij uitstek een evenement om
te laten zien hoe goed
je wel niet bent als land. Adolf Hitler begreep dat als
geen ander, toen het Duitse Rijk in 1936 de Zomerspelen
mocht organiseren. Overal hakenkruizen.
Een machtsvertoon waar nu nog je maag van omdraait.
Maar als buitenstaander werd je ook licht onpasselijk
in 1984, Los Angeles. Amerika domineerde op alle fronten,
vooral omdat het Oostblok de Spelen boycotte. In LA hoorde
je toen ook alleen maar USA, USA. Zes jaar later, in Lake
Placid hetzelfde verhaal.Toen besloot de Amerikaanse tv-commentator
met de zalvende woorden:
"We are a great people." We zijn een groots
volk.
Maar groots wordt al snel grotesk als de vlag alles domineert.
Want dat is nu het Amerikaanse gevaar, dat je door de
bomen het bos, en dus
ook door de vlaggen de sport niet meer ziet. |