 |
 |
Skiër
Rogier Oosterbaan: "Over vier jaar in Turijn ben
ik er bij" |
| |
De top van de Vaalserberg, het hoogste punt in ons land,
ligt op 321 meter boven Nieuw Amsterdams Peil. Geen wonder
dat Nederlands beste skiërs bijna het hele jaar in
de Alpen vertoeven. In Salt Lake City ontbreken ze nog,
maar de Nederlandse Ski Vereniging heeft goede hoop dat
over vier jaar in Turijn een landgenoot aan de start zal
verschijnen. Grote kans dat Rogier Oosterbaan die eer
ten deel valt. De slalomspecialist vindt dat NOC*NSF hem
dit jaar al het voordeel van de twijfel had moeten gunnen.
"Bezopen,
die selectienorm van NOC*NSF". Vanuit Italië,
waar hij onlangs imponeerde met een 17de plaats in een
Europacup-wedstrijd, is Oosterbaans woede zelfs door een
mobieltje nog voelbaar. "Voor afvaardiging naar Salt
Lake City had ik in één seizoen twee keer
bij de beste 15 moeten eindigen in een World Cup. Dat
is in een sport met zo'n brede top bijna onhaalbaar. Bijna
alle landen hebben soepelere eisen. Ik heb het sterke
vermoeden dat NOC*NSF zich niet voor het skiën interresseert."
Bobo's
"Op de Spelen, waar per land maar een beperkt aantal
deelnemers is, zou ik bij de beste 20 kunnen finishen.
Daar zou een enorme stimulans voor het Nederlandse skiën
van uitgaan. Maar nee, ze sturen liever 50 bobo's".
Oosterbaan richt zijn pijlen nu op de Winterspelen van
2006 in Turijn: "Dan ben ik er zeker bij. Het liefst
voor Nederland, maar als die limiet zo absurd scherp blijft,
desnoods voor een ander land. Vraag ik een andere ski-nationaliteit
aan."
Het leven van de 23-jarige Oosterbaan staat vanaf zijn
tiende in het teken van de skisport. Hij verblijft 250
dagen per jaar in het buitenland, waar Gerlos in het Oostenrijkse
Zillertal zijn uitvalsbasis is. Dankzij bijdragen van
de Nederlandse Ski Vereniging en een privé-sponsor
kan hij zich volledig op zijn sport concentreren. Met
Harald de Man, de andere subtopper uit Nederland, deelt
hij de Oostenrijkse topcoach Sepp Hanser. Langzaam maar
zeker kruipt Oosterbaan naar de top. Op het laatste WK
eindigde hij als 29ste en op de wereldranglijst slalom
bivakkeert hij rond de 70ste plek.
Zelfvertrouwen
Om de sprong naar de slalomelite te maken, heeft Oosterbaan
nog wel wat financiële noten op zijn zang: "Dat
zit 'm vooral in de begeleiding. Een extra trainer en
iemand om mijn ski's te tunen, dat soort dingen. Het zijn
details die vaak het verschil maken. Wat mijzelf betreft,
is het een kwestie van nog harder trainen en meer routine
opdoen. Na mijn recente optreden in de Europacup is het
juiste gevoel er. Ik heb nu zelfvertrouwen voor twee man.
In de Wereldbeker is het zaak om bij de eerste 30 te komen
die de finale mogen skiën. Dan krijg ik ook eens
de kans om als één van de eersten naar beneden
te mogen. Dat is een groot voordeel omdat de geulen in
de piste dan nog niet zo diep en uitgetrapt zijn."
Voor
de Wereldbeker kwam Oosterbaan ook in actie op de olympische
piste in Salt Lake City. "Het parcours is mij op
het lijf geschreven: erg stijl, waardoor technische skiërs
zoals ik in het voordeel zijn. Voor krachtskiërs
is het minder geschikt. In de VS is de sneeuw ook wat
droger dan hier in Europa. Agressieve sneeuw noemen wij
dat, omdat het draaien wat stroever gaat. Voor het goud
op de slalom tip ik Bode Miller en Ivica Kostelic. Natuurlijk
geniet ik voor de tv van de wedstrijden daar, maar tegelijkertijd
loop ik me te verbijten omdat ik er niet bij ben."
Nederland ski-land
Turijn 2006, daar moet het voor Oosterbaan gebeuren. Slaagt
hij, dan wordt hij de vierde Nederlandse skiër die
de Winterspelen haalt. De primeur was in 1936 bij de Spelen
in Garmisch Partenkirchen voor barones Gratia Maria Margretha
Schimmelpenninck van der Oye. Zij werd 14de op de combinatie
(afdaling en slalom). In 1952 werd Nederland in Oslo vertegenwoordigd
door de broers Peter en Hendrik Pappenheim. Zij konden
geen rol van betekenis spelen.
Oosterbaans optimisme om een olympische ticket in de wacht
te slepen, wordt gedeeld door Ronald Kooren van de Nederlandse
Ski Vereniging: "Het moet er weer eens van komen,
en Rogier maakt een goede kans". Kooren wijst erop
dat Nederland door de traditionele skilanden steeds serieuzer
genomen wordt: "Laatst sprak ik met president Gianfranco
Kasper van de FIS, de Internationale Ski Federatie. Hij
typeerde Nederland als 'de grootste van de kleintjes'.
En dat is ook zo. Wij zijn verder dan andere niet-traditionele
skilanden als België en Denemarken."
Kooren: "Van de 1,2 miljoen Nederlanders die jaarlijks
op wintersport gaan, zijn er 150.000 lid van onze vereniging.
Dat is het reservoir waar wij uit putten. Grote talenten
stellen wij in de gelegenheid tot 200 dagen per jaar in
echte sneeuw te trainen. Dat beleid moet zijn vruchten
afwerpen. Hopelijk al in Turijn."
|
|
 |
|
ga terug |
|

|