Olympische Winterspelen 2002
achtergronden
NOS Sport
nieuws
achtergronden
uitgelicht
column
sporten
medailles
radio & tv
interactief
deze site kwam mede tot stand in samenwerking met NOC * NSF
Top 5 grootste 'schlemielen' van het Nederlandse schaatsen
 
Verslagenheid bij Nuyt na haar gemiste kans op het bronsGerard van Velde heeft door zijn zege op de 1.000 meter definitief afgerekend met zijn imago van een 'loser'. Tot zijn gouden race had de Heerdenaar bij grote toernooien een abonnementje op vierde plaatsen. Die schlemielige 'net niet'-plek viel in Salt Lake City ook Andrea Nuyt en Marianne Timmer ten deel. Zij moeten maar troost putten uit het gegeven dat een hele reeks nog grotere pechvogels hen voor gingen. Een top 5 van de grootste 'losers' van het Nederlandse schaatsen.

1. Jos Valentijn
We schrijven het jaar 1976. Jos Valentijn stond op het punt om als eerste Nederlander ooit wereldkampioen sprint te worden. Na drie afstanden was zijn voorsprong op de concurrentie zo groot dat hij bij de laatste 1.000 meter bij wijze van speken na het startschot zijn veters nog kon strikken. Maar Valentijn was niet zeker van zijn zaak en aasde op een 'pikstart'. In glad gewonnen positie produceerde hij drie valse starts op rij (twee mocht toen nog). Diskwalificatie volgde. Weg titel en eeuwige schaatsroem. Wat rest is een weinig eervolle vermelding als Neerlands grootste schlemiel op schaatsen aller tijden.

2. Hilbert van der Duim
Deze Drentse all-rounder beleefde in 1981 zijn rampjaar. Op het EK in Deventer deed zich het beruchte 'vogelpoep-incident' voor. Van der Duim kwam op de 1.500 meter om ogenschijnlijk onverklaarbare reden ten val. Van der Duim weet zijn uitglijder aan een klodder vogelpoep op de baan; een verklaring die destijds al met de nodige scepsis ontvangen werd.

Egbert van 't OeverLater dat jaar presteerde titelverdediger Van der Duim het op het WK in Oslo om op de 5.000 meter een rondje te vroeg de rug te rechten. Hij dacht dat zijn race er al op zat. Pas toen coach Egbert van 't Oever zijn uitrijdende pupil een halve baan verder op zijn blunder wees (commentator Leen Pfrommer: "Hilbert jongen, je moet doorgaan") zette Van der Duim weer aan. Te laat. De onttroonde kampioen was na deze blooper zo van slag, dat hij de volgende dag op de 1.500 meter ook nog eens viel.


3. Jan Bols

Jan Bols had in zijn actieve loopbaan de pech dat hij een generatiegenoot was van Ard Schenk en Kees Verkerk. In 1971 leek hij het stigma van de 'eeuwige nummer drie' van zich af te schudden. Hij was al Nederlands kampioen geworden en op het EK in het nog onoverdekte Thialf had hij zich na de 500 meter in een kansrijke positie geschaatst. Op de 5 kilometer tegen de latere kampioen, de Noor Dag Fornaess, liep het ook al gesmeerd. Om zoveel mogelijk uit de wind te blijven reed hij dicht tegen de tribunes aan. Hij ging echter zo hard en was zo in trance dat hij een wissel vergat en een extra buitenbocht reed.

Jan BosOndanks het feit dat hij zichzelf benadeeld had, finishte Bols zo scherp dat hij de nummer één van het klassement zou zijn geworden. Het mocht niet zo zijn. De Noren drongen bij hoofdscheidsrechter Hennie Roos aan op diskwalificatie, hetgeen geschiedde. Het hoogtepunt uit zijn carrière werd Bols door de neus geboord.

Jan Bos trad dit jaar in Bols' voetsporen door op het WK sprint tijdens zijn 1.000 meter twee binnenbochten achter elkaar te rijden.


4. Ex aequo: Rintje Ritsma en Leo Visser

Toegegeven, het is een luxeprobleem, maar Rintje Ritsma en Leo Visser gaan de geschiedenis in als Nederlands grootste kampioenen die nooit een olympische titel in de wacht sleepten. Voor Ritsma is dat extra schrijnend, omdat hij met vijf podiumplaatsen wel de meeste olympische plakken op zak heeft: 2x zilver en 3x brons.

Rintje Ritsma: nog altijd zonder olympisch goudLeo Visser is blijven steken op één keer zilver en drie keer brons. Ritsma en Visser personificeren de tragiek van de allround-kampioen die op het belangrijkste toernooi altijd wel een afstandsspecialist voor moet laten gaan. Ard Schenk had daar geen last van. Hij grossierde in allround-titels en veroverde daarnaast op Winterspelen ook nog eens drie gouden en één zilveren plak. Daarmee is Schenk de succesvolste olympische schaatser van ons land.


5. Jan-Roelof Kruithof

Onbedreigd de grootste pechvogel onder de marathonschaatsers. Schier onverslaanbaar was hij twintig jaar lang op tochten van 100 kilometer en meer. De hele zomer trainde hij in de koelcel van een slachthuis om te allen tijden voorbereid te zijn op het moment dat een echte Elfstedentocht zich aandiende. De Alternatieve Elfstedentocht had hij al negen keer gewonnen toen het in 1985 in de herfst van zijn carrière eindelijk zover was.

Die echte 'Tocht der Tochten' kwam voor Kruithof echter te laat. Het beste was eraf. Hij startte nog als favoriet, maar kwam tijdens het klûnen lelijk ten val en miste de slag. Met lede ogen moest hij toezien hoe de onbekende Evert van Benthem met zijn droom aan de haal ging. In 1997 haalde de inmiddels 60-jarige Kruithof alsnog zijn gram. Ver achter Henk Angenent kwam hij op de Bonkevaart als eerste over de finish..., bij de toerrijders wel te verstaan.
ga terug
 
NOC * NSF



Nederland dankzij schaatsers prominent wintersportland

Politiek en sport gaan ook in Salt Lake City hand in hand

Feest in Wit-Rusland, Zweden likken hun wonden

Ole Einar Bjørndalen brengt Noren in extase

Derek Parra neemt revanche op Jochem Uytdehaage

Frans jurylid houdt voet bij stuk: "De Russen waren het beste"

Eerste goud ooit voor China en Australië

Top 5 grootste 'schlemielen' van het Nederlandse schaatsen

Skiër Rogier Oosterbaan: "Over vier jaar in Turijn ben ik er bij"

De evolutie van de schaatssport: de weg van de minste weerstand

Shimizu 16 seconden sneller dan eerste recordhouder 500 meter

Salt Lake City is het Rome van de Mormonen

"Salt Lake City veiligste plek op aarde!"

Dopingdossier