Olympische Winterspelen 2002
achtergronden
NOS Sport
nieuws
achtergronden
uitgelicht
column
sporten
medailles
radio & tv
interactief
deze site kwam mede tot stand in samenwerking met NOC * NSF
De evolutie van de schaatssport: de weg van de minste weerstand
 


Geen sport zo conservatief als de schaatssport. Bij de oprichting van de ISU, de wereldschaatsbond, in 1892 werd besloten kampioenschappen te verrijden op een 400 meterbaan, en wel over de 500, 1500, 5000 en 10.000 meter. Een enkele aanpassing daargelaten, is dat nu nog zo. Van nieuwlichterij was de sterk aan traditie hechtende schaatser niet gediend. Nieuw wetenschappelijk inzicht en de voortschrijdende techniek hebben echter ook op de schaatsbaan ware revoluties ontketend.

Gianni RommeKunstijsbanen, aerodynamische pakken en de klapschaats hebben ertoe bijgedragen dat Jaap Eden nu tegen Giannni Rome letterlijk en figuurlijk een modderfiguur zou slaan. De in wollen kleding gehulde Eden zou door het futuristisch uitgedoste 'marsmannetje' uit Made moeiteloos op een paar ronden gereden worden. Daarmee is niet gezegd dat Eden minder getalenteerd was. Met dezelfde inspanning glijden de moderne topschaatsers alleen sneller over het ijs. Alle innovaties in het schaatsen hebben gemeenschappelijk dat zij tot een verminderde lucht- en ijsweerstand leiden.

Klapschaats
Vreemd genoeg is aan het belangrijkste instrument van de hardrijder, de schaats, tot de introductie van de klapschaats midden jaren '90 nauwelijks gesleuteld. Al
snel nadat eind 19de eeuw het wedstrijdschaatsen op 400 meter-banen werd ingevoerd, deden de noren hun intrede. Deze schaatsen met vaste schoen en lange, ongebogen ijzers vervingen de houten glijders. Hoewel vorm en kleur van de schoen en de legering van de ijzers met hun tijd meegingen, zijn de schaatsen in essentie een eeuw lang onveranderd gebleven.

De belangrijkste revolutie in de schaatssport vindt zijn oorsprong in de laboratoria van de Vrije Universiteit van Amsterdam. Daar ontwikkelden wetenschappers van de werkgroep inspanningsfysiologie onder leiding van Gerrit-Jan van Ingen-Schenau in 1986 de klapschaats. Het idee erachter is eigenlijk heel simpel. Door een schaats te maken waarbij de schoen alleen aan de punt vastzit, komt het ijzer bij de afzet los van de hiel en wordt het 'glijmoment' verlengd.

De klapschaatsConservatisme en watervrees (de klapschaats vereist een andere techniek) weerhielden de toppers ervan de nieuwe schaats direct onder te binden. Pas toen acht jaar later een Zuid-Hollandse juniorenploeg 'de stoute schoenen aantrok' en op de klapschaats collectief de persoonlijke records omlaag schroefde, zagen ook de toppers het licht. De Nederlandse vrouwen, die al jaren gebukt gingen onder het juk van Gunda Niemannn, bleken plots wel in staat de Duitse kwelgeest te verslaan. Het nieuws sloeg in als een bom. Binnen een maand was (bijna) iedereen om. Een nieuw tijdperk was aangebroken. In één seizoen werden alle records aan flarden gereden.

Computerschaats
De klapschaats had maar één nadeel, dat vooral de sprinters parten speelde. De start was door de losse ijzers lastiger geworden. Op de traditionele schaats kon na het startschot snel vaart gemaakt worden door een aantal passen te 'lopen'. Op de klapschaats gaat dat niet en moet direct tot de glijfase worden overgegaan. De tussentijden op de eerste honderd meter zijn als gevolg hiervan de afgelopen jaren dan ook niet omlaag gegaan.

De Nederlandse schaatsfabrikant Viking kwam dit jaar met de oplossing. In Almere werd de zogeheten computerschaats ontwikkeld, die een instelbaar aantal slagen na de start vast blijft zitten om pas 'open' te klappen als de sprinter op snelheid is. In Salt Lake City wordt nog niet gereden op deze elektronische klapschaats. De ISU heeft de schaats in de ban gedaan omdat de reglementen het gebruik van elektronische hulpmiddelen verbieden. Overigens hadden de schaatsers al besloten op de Spelen op de 'gewone' klapschaatsen te rijden omdat zij nog te weinig met de computerschaats hebben kunnen trainen.

In de schaduw van de klapschaats en de computerschaats is de afgelopen tijd in het schaatspeloton ook nog, met wisselend succes, geëxperimenteerd met de carbonschaats en de uit de skiwereld overgenomen carveschaats, die het rijden van bochten aanzienlijk zou vergemakkelijken.

Kleding
Tot ver in de jaren vijftig verschenen de wedstrijdschaatsers, net als de recreanten, in wollen kleding aan de start. De overgang naar tricot en later nylon leverde op de lange afstanden al gauw een tijdswinst van 15 tot 20 seconden. De eerste helden van het tv-tijdperk Kees Verkerk en Ard Schenk zagen er in die kunststoffen pakken al redelijk strak en gestroomlijnd uit. Het meest in het oog springende verschil in uiterlijk tussen 'Ard en Keessie' en de huidige sterren zit in het hoofddeksel. Zij tooiden zich nog met een kleine schaatsmuts, waar ook de Nederlandse jeugd in navolging van hun idolen in die jaren 's winters mee rondliep.

De muts sneuvelde door toedoen van de veteraan Franz Krienbühl. Op het WK in 1974 in Inzell snoepte de 45-jarige Zwitser op de 10 kilometer zomaar een halve minuut af van zijn persoonlijk record. Die onverwachte progressie schreef Krienbühl toe aan het revolutionaire skinpak waarmee hij in Duitsland op het ijs stapte. De traditionalisten spraken schande van dit 'ruimtevaartpak' uit één stuk. De behoudzucht won het aanvankelijk van de vernieuwingsdrang en het duurde nog twee jaar voor Krienbühls vinding gemeengoed werd.

De vier S-en
De aanleiding daarvoor was het EK van 1976. De vier Noorse S-en, Stenshjemmet, Stensen, Storholt en Sjöbrend hulden zich in Krienbühls skinpakken en eisten prompt de eerste vier plaatsten in de eindrangschikking op. Het was een maand voor het begin van de Winterspelen in Innnsbruck en de paniek sloeg de Nederlanders om het hart, temeer daar de Noorse fabrikant van de pakken weigerde aan buitenlanders te leveren. Op het laatste moment werd een order geplaatst bij de Zweedse firma Skin, zodat 'onze jongens en meisjes' de Noorse concurrentie met gelijke wapens te lijf konden gaan. Piet Kleine won goud en voordat het jaar voorbij was waren alle wereldrecords in handen van skinpak-rijders.

In de aanloop naar de Winterspelen van vier jaar geleden in Nagano kwamen de Nederlanders met een nieuwtje op de proppen. De schaatspakken werden voorzien van zogeheten 'strips'; ribbelstroken die op benen en hoofd werden geplaatst en die per ronde een halve seconde winst 'genereerden'. De verminderde luchtweerstand van de Nederlandse schaatsers betaalde zich uit in puur eremetaal: met vijf keer goud, vier keer zilver en twee keer brons werden de Spelen van Nagano voor Nederland de succesvolste in de geschiedenis.

Pakkenoorlog
Uytdehage pakt goud in Swift Skin-pakNet als in 1976 woedt op het 'schaatspakkenfront' ook in de aanloop naar Salt Lake City een koude oorlog tussen Nederland en 'het buitenland'. Nederlandse schaatsers gaan in het door Nike ontwikkelde Swift Skin-pak op jacht naar goud. Nike borduurde met Swift Skin voort op Swift Suit, het atletiekpak waarmee Cathy Freeman in Sydney zegevierde. Na de Olympische Zomerspelen richtten de in de aerodynamica gespecialiseerde ontwerpers hun vizier op de schaatssport.

De Noorse schaatsers hullen zich in Salt Lake City in het door de Technische Universiteit Delft ontworpen Delta-pak, een doorontwikkeling op de strips van Nagano. De strips zijn vervangen door delta's: ruwe driekhoekjes die niet alleen op onderbenen en hoofdkap zijn bevestigd, maar op meer lichaamsdelen. Vooral schaatsers met dikke, rijkelijk van delta's voorziene, bovenbenen zouden in het voordeel zijn. Zo worden de Winterspelen ook een krachtmeting tussen Nike en de Technische Universiteit Delft.

Kunstijsbaan
Bij de Winterspelen van 1960 in Squaw Valley werden de schaatsnummers voor het eerst verreden op een kunstijsbaan. De schaatsnatie Nederland kon niet achterblijven en in 1961 openden de kunstijsbanen in Amsterdam en Deventer hun deuren. Niet alleen kon er nu ook geschaatst worden bij hogere temperaturen, ook de bijkomstigheid dat de kwaliteit van het ijs kunstmatig verbeterd kon worden, resulteerde in een recordregen en een constanter niveau tijdens de toernooien.

Wat echter bleef was de ongelijkheid in de klimatologische omstandigheden waaronder de rijders hun rondjes draaiden. Hoe vaak gebeurde het niet dat de trotse koploper na drie afstanden het goud toch nog verspeelde omdat juist tijdens zijn 10 kilometer een sneeuwstorm losbarstte of de wind plots de kop opstak. De overdekte ijsbaan, waarvan Thialf in 1984 de primeur had, was het antwoord. De protesten (schaatsen is geen indoorsport) verstomden snel. De schaatsliefhebber raakte al snel verslingerd aan de prachtige eerlijke toernooien met steeds snellere rondetijden.

Thialf werd als snelste baan ter wereld al ras voorbijgestreefd door het Vikingschip in Hamar en de hooglandbaan in Calgary. The Olympic Oval in Salt Lake City kan de concurrentie met Calgary makkelijk aan. Als de voortekenen niet bedriegen, moeten de recordboeken binnenkort weer drastisch worden herschreven.

ga terug
 
NOC * NSF



Nederland dankzij schaatsers prominent wintersportland

Politiek en sport gaan ook in Salt Lake City hand in hand

Feest in Wit-Rusland, Zweden likken hun wonden

Ole Einar Bjørndalen brengt Noren in extase

Derek Parra neemt revanche op Jochem Uytdehaage

Frans jurylid houdt voet bij stuk: "De Russen waren het beste"

Eerste goud ooit voor China en Australië

Top 5 grootste 'schlemielen' van het Nederlandse schaatsen

Skiër Rogier Oosterbaan: "Over vier jaar in Turijn ben ik er bij"

De evolutie van de schaatssport: de weg van de minste weerstand

Shimizu 16 seconden sneller dan eerste recordhouder 500 meter

Salt Lake City is het Rome van de Mormonen

"Salt Lake City veiligste plek op aarde!"

Dopingdossier