 |
 |
Nederland
dankzij schaatsers prominent wintersportland |
| |
Terugblik
van Langs de Lijn
Slotinterview
met Leo Visser
Drie
keer goud en vijf keer zilver. De Nederlandse afvaardiging
(lees: de schaatsploeg) bij de Olympische Winterspelen
kan terugkijken op twee succesvolle weken. Alleen in Nagano
(1998, elf medailles), Sapporo (1972, negen medailles)
en Grenoble (1968, negen medailles) werd meer eremetaal
in de wacht gesleept.
Wat Nederlandse olympische titels aangaat (drie stuks)
'deelt' Salt Lake City de derde plaats met Grenoble en
Calgary (1988). In Nagano klonk het Wilhelmus vijf keer,
in Sapporo vier keer. Dieptepunt in de recente geschiedenis
is Sarajevo-1984, toen Nederland niet één
keer op het podium vertegenwoordigd was.
Medaillespiegel
In de medaillespiegel eindigde Nederland op de negende
plaats, vóór traditionele wintersportlanden
als Zwitserland en Oostenrijk. Dat ons land op de medaillespiegel
aller tijden de elfde plaats bezet, is een indicatie dat
de Spelen van dit jaar als bovenmodaal moeten worden beschouwd.
Omdat de herinnering aan Nagano nog zo vers is, kan de
stemming het best omschreven worden als gematigd tevreden.
Om met chef de mission Leo Visser te spreken: " Het
kan altijd beter".
Bij
dat bovenmodale optreden van de Nederlanders moet de kanttekening
worden geplaatst dat de nationale 'oogst' zoals te doen
gebruikelijk louter en alleen op het conto van de schaatsers
komt. Nederland is een supermacht op de schaatsbaan, maar
in de overige disciplines tellen we niet mee. Sinds 1980
komen alle Nederlandse medailles van het langebaanschaatsen.
De kunstrijdster Dianne de Leeuw was met haar zilveren
plak in 1976 in Innsbruck de laatste die op een ander
onderdeel in de prijzen viel.
Schaatsnatie
Ook in Salt Lake City bewees Nederland weer schaatsnatie
nummer 1 te zijn, getuige de eerste plaats in het medailleklassement-langebaanschaatsen.
Duitsland (3-3-2) werd tweede, voor de VS (3-1-4), Canada
(1-0-2), Japan (0-1-0) en Noorwegen (0-0-2). Met twee
keer goud en één keer zilver werd Jochem
Uytdehaage de succesvolste schaatser van het toernooi.
Alleen Ard Schenk (drie keer goud in Sapporo) en Yvonne
van Gennnip (drie keer goud in Calgary) deden het in het
verleden beter.
Voor
het schaatsgekke Nederland was het een prettige bijkomstigheid
dat het toernooi afgewerkt werd op de snelste baan ter
wereld. Op acht van de tien nummers sneuvelde het wereldrecord.
Drie daarvan kwamen in Nederlandse handen: Uytdehaage
op de vijf en de tien kilometer en Gerard van Velde op
de 1000 meter.
Nog tekenender voor de kwaliteit van het ijs van de Utah
Olympic Oval is dat maar liefst 193 persoonlijke records
en 86 nationale records gebroken werden. Wat Nederland
betreft overleefde alleen het record van Annamarie Thomas
op de 1500 meter het geweld in Salt Lake City.
|
|
 |
|
ga terug |
|

|