 |
|
|
|
 |
 |
Professor
Baud over zijn onderzoek naar Zorreguieta
De
conclusies uit het rapport
Het is 'ondenkbaar' dat Jorge Zorreguieta niets
van de praktijk van de repressie en de mensenrechtensituatie
in Argentinië ten tijde van de militaire dictatuur
(1976-1983) heeft geweten. Dat is een van de conclusies
van professor Baud in zijn onderzoek naar de rol
van de vader van Máxima in het regime van generaal
Videla.
Baud
schrijft verder dat het 'praktisch uit te sluiten
is' dat Zorreguieta in de periode van zijn regeringsdeelname
'persoonlijk betrokken is geweest bij de repressie
of schending van de mensenrechten'. Baud deed het
onderzoek op verzoek van premier Kok.
Het rapport van professor Baud eindigt met zeven
conclusies die gebaseerd zijn op het in het rapport
gepresenteerde materiaal. In het kort komen die
conclusies op het volgende neer:
Jorge Zorreguieta heeft binnen de militaire regering
twee belangrijke functies vervuld. Van maart 1976
tot maart 1979 was hij onderstaatssecretaris van
landbouw. Van maart 1979 tot maart 1981 was hij
staatssecretaris van Landbouw en Veeteelt. Zijn
functie als staatssecretaris moet als politiek van
groot gewicht worden beschouwd, want het betrof
hier een hoge politieke functie in de belangrijkste
economische sector van het land.
In zijn twee functies heeft Zorreguieta zich opgesteld
als een neoliberale technocraat, die niets wilde
weten van de politieke implicaties van zijn politieke
functies. Dat neemt niet weg dat hij zich vijf jaar
lang in een hoge politieke functie actief en met
overtuiging heeft ingezet voor een regime dat in
binnen- en buitenland veroordeeld is voor het uitschakelen
van democratische grondrechten en het op grote schaal
schenden van de mensenrechten.
Het is praktisch uit te sluiten dat Zorreguieta
in de periode van zijn regeringsdeelname persoonlijk
betrokken is geweest bij de repressie of de schending
van de mensenrechten. Anderzijds is het ondenkbaar
dat hij niets van de praktijk van de repressie en
de mensenrechtensituatie heeft geweten.
In
de categorieën die na de Tweede Wereldoorlog in
Nederland zijn gehanteerd om uitspraken te kunnen
doen over morele schuld, zou het vervullen van een
hoge positie in het militaire regime van Argentinië
van 1976 tot 1983 als 'fout' worden bestempeld.
Het is daarbij belangrijk op te merken dat het Nederlandse
goed-fout schema een uitvloeisel is van specifieke
historische omstandigheden waarin gevallen van actieve
steun aan en collaboratie met de vijand leidden
tot morele en juridische veroordelingen.
Afgezien van het feit dat de uitvoering van de zuiveringen
en strafrechtelijke vervolgingen ook in Nederland
niet altijd even succesvol en consequent verliepen,
kan worden vastgesteld dat het Nederlandse schema
in een internationale context niet algemeen geaccepteerd
is. Het zou daarom aanbeveling verdienen zo'n moreel
oordeel te spiegelen aan internationaal geaccepteerde
criteria zoals die bijvoorbeeld in het handvest
van de Verenigde Naties of internationale verdragen
zijn vastgelegd, ook al bestaat er internationaal
evenmin algemene overeenstemming over hun praktische
toepassing. |
 |
|
 |
|
| |
|
|