
Hans Dijkstal: tussenpaus is paus geworden
De VVD ziet voor het eerst sinds jaren de zetelwinst
in de peilingen dalen. De hoop om de grootste partij
te worden, lijkt daarmee te vervliegen. Een droom die
veel VVD'ers koesteren. Al wil lijsttrekker Henri Frans
(Hans) Dijkstal (58) niet graag hardop dromen. "Ik
besef wel degelijk dat die verantwoordelijkheid heel
zwaar is."
Dijkstal heeft het niet zo op speculaties over verkiezingsuitslagen.
Toch neemt hij in juni in de Volkskrant alvast een voorschot
op de verkiezingsuitslag: "Als D66 te weinig zetels
haalt, dan zie ik maar één mogelijkheid:
een kabinet van PvdA en VVD. Als de verkiezingsuitslag
daar aanleiding toe geeft, kunnen we wat ons betreft
nog de volgende dag praten."
Stevige taal
Maar de VVD moet inmiddels alles op alles zetten door
de onverwachte concurrentie van Leefbaar Nederland en
de stijgende populariteit van Pim Fortuyn. Dat betekent
dat Dijkstal, die zich graag opstelt als de Grote Verzoener,
strijd moet voeren op een wijze die hem minder ligt.
Die althans slecht strookt met zijn profiel. "Misschien
zou ik, als de bedreiging voor de VVD op de kiezersmarkt
werkelijk van rechts komt nog eens stevige taal moeten
uitslaan, maar dat doe ik dus niet", aldus Dijkstal
in januari in Elsevier.
Geen rechtse oneliners, als het aan Dijkstal ligt.
"Elke zetel die wij achteruitgaan, beschouw ik
als een verlies. Maar een zichzelf respecterende partij
heeft de pretentie dat ze het beste de belangen van
de burger kan behartigen. Daar passen vaak geen grote
woorden bij, maar veel meer begrippen als vertrouwen
en verantwoordelijkheid."
Hans Dijkstal, de voormalige vice-premier, voormalige
minister van Binnenlandse Zaken en verkozen tot beste
parlementariër van 1999, is de 9e leider van de
VVD. Hij wordt 28 februari 1943 in Port-Saïd, in
Egypte, geboren. Zijn vader zit daar in de scheepvaart,
net als zijn opa. Dijkstal groeit op in een omgeving
van grote huizen, bedienden en een tuinman. Tot zijn
vijfde spreekt hij vloeiend Arabisch. Dan keert het
gezin terug naar Nederland. In 1982 komt Dijkstal -
getrouwd en vader van twee dochters - na raadslid en
wethouder in Wassenaar te zijn geweest, in de Tweede
Kamer.
Rupsje
Als kamerlid is Dijkstal in 1994, tijdens het tweede
IRT-debat, verantwoordelijk voor de motie die de toenmalige
ministers Hirsch Ballin en Van Thijn de kop kostte.
Ook is hij in 1995 verantwoordelijk voor de wet die
asielzoekers verzekert van huisvesting en ondersteuning
in het levensonderhoud. Verder is Dijkstal de eerste
die Ad Melkert 'Rupsje-nooit-genoeg' noemt.
Dat van die rups verzint Dijkstal na meerdere waarschuwingen
aan het adres van Melkert niet te tornen aan de afspraken
in het regeerakkoord. De afspraken waar Dijkstal op
doelt, staan bekend als de Zalmnorm: extra belastinginkomsten
mogen alleen gebruikt worden voor aflossing van de staatsschuld
of lastenverlichting, niet voor extra uitgaven. Alleen
meevallers in de geplande uitgaven mogen worden gebruikt
voor nieuwe uitgaven. Melkert vindt dat ook inkomstenmeevallers
eventueel gebruikt kunnen worden voor extra uitgaven
aan onderwijs en zorg. Dijkstal dreigt met een kabinetscrisis
en het regeerakkoord blijft onaangetast.
Redenaarstalent
Lang heeft Dijkstal last gehad van zijn imago: flierefluiter,
lolbroek, inhoudsloze saxofonist, zo maar een aantal
typeringen van de VVD-leider. Maar voor het grote publiek
is hij ook: aimabel, zachtaardig, een man die losjes
bestuurt en het conflict liefst mijdt. Heel anders dan
zijn voorganger Frits Bolkestein, die, zo wil het beeld,
veel strenger was en het conflict juist opzocht, die
veel inhoudelijker en intellectueler zou zijn. In een
interview met de Volkskrant, eind vorig jaar, verwondert
Dijkstal zich er nog over dat zijn partij na het vertrek
van Bolkestein niet is teruggevallen in de peilingen.
"Iedereen had het verwacht. Ik kan het zelf niet
analyseren. Ik denk dat het weinig met mij heeft te
maken."
Maar Dijkstals fractiegenoten zijn altijd vol lof over
hun leider. Hans Dijkstal zou een dossiervreter zijn,
met een enorme inhoudelijke kennis. Een analyticus,
die bij ingewikkelde onderwerpen razendsnel tot de politieke
kern kan doordringen. Ze roemen zijn redenaarstalent:
hij is een van de weinige Kamerleden die vanuit losse
punten op papier een hecht betoog kan opbouwen.
Dijkstal heeft vaak gezegd dat hij niet van hypes,
hijgerigheid en gehakketak houdt, omdat die het aanzien
van de politiek en de democratie ondermijnen. Ook is
hij de beeldcultuur beu, waarin het alleen nog maar
draait om een quote als reactie op een andere quote.
Volgens hem "populaire snippers en menselijke fragmenten
die de politieke agenda bepalen". In verkiezingstijd
zit hij daarom met een dilemma. Dijkstal in Trouw: "Mijn
adviseurs zeggen mij hoe belangrijk het is dat ik me
als persoon verkoop. Ze moeten me aardig vinden of verstandig,
weet ik veel. Dus hoe kritisch ik ook ben, ik maak er
alleen gebruik van als het me uitkomt.''
|