Minister
De Vries van Binnenlandse Zaken is teleurgesteld over
de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen. Gisteren
heeft maar 57,7 procent van de kiesgerechtigden zijn stem
uitgebracht. Dat is een nieuw dieptepunt.
Vier jaar geleden was al sprake van een historisch lage
opkomst bij de raadsverkiezingen (58,9 procent). Dit jaar
bleven vooral de jonge kiezers thuis. Van de 18- tot 24-jarigen
ging slechts 46 procent naar de stembus. De meesten wisten
niet op welke partij ze moesten stemmen. De grooste groep
stemmers is 65-plusser: 71 procent stemde.
In Ameland brachten vrijwel alle kiesgerechtigden hun
stem uit: 88,4 procent. Den Haag is verantwoordelijk voor
het landelijk dieptepunt: 44,2 procent van de kiesgerechtigden
ging daar naar de stembus.
Opkomstplicht De Vries vindt het jammer dat er niet meer mensen
hebben gestemd, maar hij is niet voor herinvoering van
de opkomstplicht. Mensen moeten volgens de minister uit
overtuiging naar de stembus gaan, niet omdat ze gedwongen
worden.
De overheid heeft dit jaar 4 miljoen euro gestopt in een
campagne om de opkomst te verhogen bij de verkiezingen
voor gemeenteraad en Tweede Kamer. De Vries vindt niet
dat dit weggegooid geld is. Twee weken geleden wist nog
maar zo'n zestig procent van de stemgerechtigden dat de
gemeenteraadsverkiezingen eraan kwamen.
Op de dag zelf wist 94 procent dat er gestemd kon worden.
Het is onduidelijk of door de langere openingstijden van
de stembureaus bij de gemeenteraadsverkiezingen meer mensen
zijn opgekomen. Gisteren konden de kiezers al vanaf half
8 's ochtends terecht in plaats van vanaf 8 uur, en de
stembureaus gingen pas om 9 uur in de avond dicht, een
uur later dan bij vorige verkiezingen. Het laatste uur
is nog 5 tot 6 procent naar de stembus gegaan, maar volgens
het onderzoeksbureau Interview/NSS hadden veel van die
mensen anders waarschijnlijk ook wel gestemd.