|
Ik zie telkenmale het beeld van Ceaucescu voor me
Door Rob van Gijzel, oud-kamerlid voor de PvdA
Nog
geen vier jaar geleden begon het tweede paarse kabinet,
na een eclatante verkiezingsoverwinning voor PvdA en
VVD, aan een voortzetting van de tot dan toe politiek
zo succesvolle combinatie. Succesvol omdat de klamme,
elke vernieuwing verstikkende, deken, die na tachtig
jaar CDA-politiek over de samenleving lag, werd afgeschud.
Eindelijk ontstonden mogelijkheden voor nieuwe regels
en wetten in het immateriële vlak. De euthanasie- en
homowetgeving. Meer mogelijkheden voor samenwerkende
partners door verruiming van de winkelsluitingswet en
verbetering en uitbreiding van de kinderopvang. Succesvol
was de financiële sanering van de overheidsbestedingen
en de uitwerking van het hoofdthema "werk, werk, werk."
Door mensen aan het werk te helpen, konden zij zichzelf
niet alleen individueel ontplooien maar nam ook het
beslag op de sociale zekerheid af. Dit alles onder het
uitdrukkelijk verzoek tot loonmatiging. Die vervolgens
gecompenseerd zou worden door lastenverlichting, met
andere woorden minder belasting. Met minder belastingsopbrengsten
was er ook minder ruimte voor het op peil houden van
allerlei voorzieningen in bijvoorbeeld het onderwijs
en in de zorg.
Initiatief-arm kabinet
De negatieve effecten van meer markt en minder regels
waren vier jaar geleden reeds zichtbaar. De tegenstelling
tussen PvdA, goede en toegankelijke collectieve voorzieningen,
en de VVD, op basis van eigen inkomen koopt men zelf
private voorzieningen in, bleef echter politiek onzichtbaar
en lange tijd onbespreekbaar. Het zou de coalitie te
veel onder druk zetten. Paars 2 kreeg geen thema, het
werd een initiatief-arm kabinet.
Eigenlijk is het kabinet na haar kortstondige en vroege
val, voorjaar 1999, nooit meer echt opgestaan. Bij gebrek
aan overeenstemming tussen PvdA en VVD en bij de afwezigheid
van een krachtige oppositie, verschoof het belangrijkste
doel van paars van vernieuwing naar verstarring. Van
inhoud naar macht. Zaken mochten niet meer gezegd omdat
dat de ene keer de coalitie en de andere keer een afzonderlijk
minister of het gehele kabinet in gevaar kon brengen.
Mocht het desondanks toch fout gaan dan was het maken
van een excuus ruim voldoende om het politieke vertrouwen
weer voor enige tijd te continueren.
Achter gesloten deuren
Het behoud van de macht binnen en tussen fracties werd
het centrale motief. Persoonlijke ambities leken bovengeschikt
aan de opdracht van de kiezer. De politiek kwam tot
stand achter gesloten deuren. Openlijke verantwoording
daarvoor bleef steeds meer achterwege. Althans, zo werd
veelal buiten het Binnenhof tegen het politieke proces
aangekeken en dat zijn in een aantal gevallen terechte
waarnemingen.
Binnen de Haagse muren voelden de politici zich veilig.
Men absorbeerde de warmte van de onderlinge bevestiging
over hoe goed men het deed. Waarbij men vooral oog had
voor de ronkende economie en het teruglopend financieringstekort.
De VVD en de PvdA zouden strijden om wie de grootste
zou worden en een ding was zeker. ze zouden beiden tenminste
veertig zetels binnenhalen. Geen grote politieke onrust.
Men was tevreden over het kabinet en over zichzelf.
Ceaucescu's wuivende hand
In de afgelopen dagen zie ik telkenmale het beeld van
Ceaucescu voor me, in de laatste dagen van zijn regime..
Hij staat op een balkon, hoog boven het samengestroomde
volk. Klaar om het applaus in ontvangst te nemen voor
zijn zegenrijke werk, net zoals al die dagen in al die
jaren ervoor. In plaats van applaus krijgt hij gejoel.
Ceaucescu's wuivende hand valt stil, z'n gezicht vertrekt....
Hij staat in de verkeerde film. De werkelijkheid van
dat moment wil maar heel langzaam doordringen.
In vrijwel alle opzichten gaat een verdere vergelijking
tussen Ceaucescu en de Nederlandse situatie mis. Maar
op het punt van de twee totaal langs elkaar levende
werelden zit veel herkenning. Dat maakt de verwarring
van dit moment ook zo groot . Niet alleen omdat veel
kiezers niet weten waar ze hun steun aan kunnen en willen
geven maar ook omdat de leiders van de traditionele
partijen zelf ook in opperste verwarring zijn. In een
laatste wanhoopsoffensief om nog kiezers aan zich te
binden wordt er geroepen: "We zullen in de toekomst
beter luisteren naar de burgers." Wie dat zegt heeft
de boodschap tot nu toe gemist. Men wil daden zien en
een andere bestuurlijke cultuur.
|