De Eerste Kamer heeft ingestemd met de Wet Dualisering
Gemeentebestuur. Dit betekent dat het college van B&W
en gemeenteraad na 150 jaar uit elkaar worden getrokken.
De gemeenten gaan functioneren op de manier van 'Den Haag':
het college bestuurt (zoals het kabinet), de raad controleert
(zoals de het parlement).
De
monocultuur in de gemeenten bestaat al sinds de invoering
van de gemeentewet van Thorbecke in 1851. Nu is het de
bedoeling dat de taken van burgemeester en wethouders
en gemeenteraad en ambtenaren wordt ontward. Het college
concentreert zich op bestuurstaken. De gemeenteraad stelt
de kaders voor het gemeentebeleid vast en controleert.
Om haar taak te kunnen uitvoeren krijgt de raad extra
hulpmiddelen. Raadsleden kunnen bijvoorbeeld een lokale
Rekenkamer instellen.
Wethouders van buiten
Een andere verandering is dat wethouders geen deel meer
mogen uitmaken van de gemeenteraad (zoals ministers geen
deel uitmaken van het parlement). Ze hoeven ook niet uit
de raad - of zelfs de gemeente - te komen, maar mogen
van buitenaf worden aangetrokken. In Zeeland zijn de eerste
wethoudersvacatures al in de regionale kranten gesignaleerd.
Het wetsvoorstel Dualisering Gemeentebestuur volgt in
grote lijnen de commissie-Elzinga, die in januari 2000
adviseerde het gemeentebestuur duidelijker te maken voor
de burgers. De commissie vond ook dat de burgemeesters
van de vier grote steden rechtstreeks door de burgers
gekozen moeten worden. Ook middelgrote steden zouden voor
dat systeem kunnen kiezen. De gekozen burgemeester haalde
het echter niet.