Regeerakkoord
Om de uitvoeringskosten te drukken en het aantal uitkeringsgerechtigden
te beperken wordt de WAO gedeeltelijk geprivatiseerd,
stelt Paars II in het Regeerakkoord. Het oordeel of iemand
recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, de
zogenoemde claimbeoordeling, wordt overgelaten aan de
overheid. Marktpartijen, zoals verzekeraars, kunnen dan
onderling uitvechten wie die uitkering zo efficiënt en
dus zo goedkoop mogelijk bij de rechthebbenden terecht
kan laten komen.
Wat is ervan terechtgekomen?
In 2000 stelt minister Vermeend van Sociale Zaken een
zware commissie in, die moet onderzoeken hoe de groei
van het aantal WAO'ers kan worden beperkt. Het aantal
arbeidsongeschikten bedraagt dan 940.000. Een jaar later
is het gegroeid tot 965.000. De vrees is dat de magische
grens van 1 miljoen WAO'ers in 2002 wordt overschreden.
De
commissie-Donner adviseert in de lente van 2001 om ingrijpende
wijzigingen in de WAO door te voeren. Belangrijkste punt:
alleen volledig en duurzaam arbeidsongeschikten krijgen
nog een WAO-uitkering. Het rapport-Donner gaat voor advies
naar de Sociaal Economische Raad (SER). Die stelt in januari
2002 dat werknemers alleen in aanmerking voor de WAO,
als zij voor meer dan 80 procent arbeidsongeschikt zijn.
Voor mensen die onder die 80 procent-grens vallen, wordt
de WAO - zoals in het Regeerakkoord is voorgenomen - geprivatiseerd.
Dat wil zeggen dat zij hun loon (het eerste jaar 100 procent,
het tweede jaar 70 procent) betaald krijgen uit een particuliere
verzekering. De premie daarvoor wordt betaald door werkgevers
en werknemers.