 |
 |
 |
|
Kinderopvang
Regeerakkoord
Paars II trekt 158 miljoen euro extra uit voor de kinderopvang.
Daarmee is het bedrag dat Paars I er voor over had (182
miljoen euro) bijna verdubbeld. Het extra geld zal onder
meer worden gebruikt als bijdrage om de opvangcapaciteit
te verdubbelen. Met name de buitenschoolse opvang voor
oudere kinderen tot en met twaalf jaar moet fors toenemen.
Er is een groot gebrek aan kinderopvang. In 1998 telt
Nederland 75.000 volledige opvangplaatsen, waarvan ongeveer
210.000 kinderen tussen de 0 en 13 jaar gebruik maken
- nog geen acht procent van het totale aantal kinderen
in die leeftijdscategorie.
Wat is ervan terechtgekomen?
Het aantal plaatsen in de kinderopvang is aanzienlijk
gestegen onder Paars II: van 75.000 in 1998 tot 160.000
in 2001. Onderzoekers denken dat het aantal in 2002 tot
zeker 177.000 zal uitgroeien. Dat zou betekenen dat het
ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn doelstelling
ruimschoots haalt: 165.000 plaatsen aan het eind van de
kabinetsperiode (en 210.000 in 2007). Daar moet wel bij
worden aangetekend dat vooral het aantal crècheplaatsen
groeit, terwijl het streven was om in eerste plaats de
buitenschoolse opvang uit te breiden.
De
groei betekent geenszins dat de problemen met de kinderopvang
zijn opgelost. De wachtlijsten blijven lang en het lijkt
erop dat er voorlopig geen verlichting komt. Vrij Nederland
maakt in augustus 2001 een rekensommetje. Nu is iets meer
dan de helft van de vrouwen tussen 15 en 65 aan het werk.
Minister Vermeend wil dat zeker 65 procent een betaalde
baan krijgt.
Voor elke procent extra vrouwen op de arbeidsmarkt zouden
er, volgens de Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang
(BOiNK) 10.000 tot 15.000 kinderopvangplaatsen bij moeten
komen. Dat betekent dat de vraag het aanbod voorlopig
blijft overtreffen.
In december 2001 neemt het kabinet de wet kinderopvang
aan, die in 2004 - een jaar later dan de bedoeling was
- in werking zal treden. Belangrijkste onderdeel is dat
ouders naar rato van hun inkomen een bijdrage van de overheid
krijgen, en vervolgens zelf bepalen welke vorm van kinderopvang
zij kiezen. Nu hebben de gemeenten nog een dikke vinger
in de pap. Die bepalen welke instellingen in aanmerking
komen voor subsidie. Aan particuliere kinderopvangplaatsen
zijn ouders veel meer geld kwijt.
Terug naar overzicht regeerakkoord
|
|
|
 |