|
De
slangenkuil die CDA heet
Door Bram Schilham - NOS Journaal
Interim-partijvoorzitter Bert de Vries zei het in zijn
toespraak tot de partijraad van november vorig jaar
treffend: "Er is iets mis met de omgangsvormen
binnen onze partij." Het CDA had toen net de jongste
crisis achter de rug. Beoogd lijsttrekker Jaap de Hoop
Scheffer had na een week vol intriges het veld moeten
ruimen. Zijn opponent in het conflict, partijvoorzitter
Marnix van Rij, was ook van het toneel verdwenen. De
Vries keek terug op een ouderwetse CDA-rel: onverwacht,
hevig en met als uitkomst louter verliezers.
De
vraag is of er met de omgangsvormen binnen het CDA méér
mis is dan met die binnen andere partijen. Bij geen
van de partijen staan ze op een erg hoog niveau. PvdA-kamerlid
Rob van Gijzel voelde zich belazerd door Ad Melkert,
toen hij onlangs de fractie de rug toekeerde. En Mohammed
Rabbae van Groenlinks vindt Paul Rosenmoller een verrader,
nu hij geen plaats heeft gekregen op de kandidatenlijst.
Elke politieke partij is in feite een slangenkuil. Dat
heeft te maken met het wezen van de politiek. Opportunisme
is van cruciaal belang om te overleven in het politieke
bedrijf. Je moet bereid zijn dingen te doen die direct
ten koste gaan van je collega's. Met name op het Binnenhof
gelden de wetten van de jungle: survival of the fittest.
Barmhartigheid
Uniek is de situatie binnen het CDA dus niet. Maar misschien
speelt het verwachtingspatroon een rol, waardoor het
lijkt alsof het gekonkel in het CDA groter is dan in
andere politieke partijen. Omdat je van een partij die
de "c" van "christelijk" in de naam
voert iets meer onderlinge barmhartigheid zou verwachten.
De manier waarop fractievoorzitter Enneüs Heerma
in 1997 werd weggepest, had weinig te maken met respect
en naastenliefde. Er werd geen middel geschuwd: roddelen,
lekken naar de pers, stemmingmaken. "Ratten",
noemde Heerma de fractiegenoten die anoniem kritiek
op hem leverden. Maandenlang werd er effectief aan zijn
stoelpoten gezaagd, tot hij er doorheen zakte.
"Een sluipmoord op Heerma", vatte oud-gediende
Willem Aantjes het hele proces adequaat samen.
Misschien is dat wel één van de specifieke
kenmerken van de affaires binnen het CDA: de processen
voltrekken zich lange tijd onzichtbaar onder de oppervlakte,
waarna ze als een verwoestende eruptie tot ontknoping
komen. Zo
boterde het in 1994 al lange tijd niet tussen partijleider
Ruud Lubbers en zijn kroonprins Elco Brinkman. Toch
kwam de aankondiging van Lubbers dat hij níet
op lijsttrekker Brinkman zou gaan stemmen als een volkomen
onverwachte klap in het gezicht van de nieuwe man. Tot
zo'n openbare motie van wantrouwen in het zicht van
de verkiezingen had hij Lubbers nooit in staat geacht.
Hij wist niet dat Lubbers al lange tijd achter zijn
rug om bezig was om hem te laten struikelen.
Ook het meest recente drama kwam als donderslag bij
heldere hemel. Terwijl alle ogen waren gericht op de
leiderschapswisseling van de Partij van de Arbeid (Kok-Melkert),
stonden opeens de kemphanen Van Rij en De Hoop Scheffer
tegenover elkaar. Het was alle buitenstaanders ontgaan
dat er al maandenlang iets smeulde in de partij.
Leiderschap
Een andere eigenschap van de interne CDA-perikelen is
dat ze zich vaak afspelen rond het leiderschap. Achtereenvolgens
zagen in de afgelopen jaren partijvoorzitter Van Velzen,
fractieleider Elco Brinkman, diens opvolgers Heerma
en De Hoop Scheffer en voorzitter Van Rij zich gedwongen
om af te treden.
Als we aannemen dat dit soort binnenshuis gerotzooi
bij het CDA erger is dan bij andere partijen, dan liggen
twee verklaringen voor de hand. De eerste is dat er
meer dan bij andere partijen scherpe scheidslijnen lopen
door het CDA en zijn vertegenwoordigers. Die zijn niet
alleen regionaal bepaald, maar ook nog steeds door de
kerkelijke achtergrond van de verschillende subculturen
binnen het CDA. De ene katholiek uit het zuiden kan
nou eenmaal beter door één deur met die
andere katholiek uit het zuiden dan met de protestant
van boven de rivieren. Het is voor veel CDA'ers nog
steeds moeilijk te verteren dat iemand uit een andere
subgroep een toonaangevende positie ambieert of bekleedt,
al zal iedereen dat op verontwaardigde toon ontkennen.
En de ervaring leert dat er altijd wel CDA'ers te vinden
zijn die er niet voor terugdeinzen om elkaar te bestrijden
met bedenkelijke middelen. Nog vers in het geheugen
ligt het voorbeeld dat vanuit het partijbureau vervalste
onderzoeksresultaten over het imago van Jaap de Hoop
Scheffer aan 2Vandaag werden gestuurd, in het heetst
van de jongste machtstrijd.
Een andere verklaring voor de veelvuldige binnenbranden
bij het CDA is dat de partij jarenlang een sterk en
onaantastbaar leiderschap kende. Totdat Lubbers er in
1994 mee ophield. De partij had nooit geleerd om goed
om te gaan met leiderschapskwesties. Of, om terug te
keren bij de toespraak van interim-voorzitter Bert de
Vries: het CDA is op dit punt in 21 jaar tijd nooit
echt volwassen geworden.
De kiezer
De vraag is hoe erg de kiezer het vindt. We gaan er
altijd van uit dat het electoraat graag stabiliteit
ziet en een broertje dood heeft aan interne ruzies.
Het is ongetwijfeld één van de redenen
voor het enorme verlies (20 van de 54 zetels) dat het
CDA bij de verkiezingen van 1994 te verwerken kreeg.
Al speelden er toen ook andere factoren.
In 1998 incasseerde het CDA niet de gebruikelijke zetelwinst
na vier jaar oppositie voeren en ook dat zou deels te
wijten kunnen zijn aan al het interne gerommel. Des
te opmerkelijker is het dat de partij nu, vlak na het
debâcle rond het aftreden van beoogd lijsttrekker
De Hoop Scheffer, goed presteert in de peilingen. Jan
Peter Balkenende wekt de indruk dat hij zich terdege
bewust is van de kwetsbare positie die je als CDA-leider
na het tijdperk Lubbers hebt. Het gaat tot nu toe goed,
maar hij weet bij wijze van spreken pas met 100 procent
zekerheid dat zijn lijsttrekkerschap niet van binnenuit
wordt getorpedeerd op 15 mei om negen uur 's avond,
als de stembussen zijn gesloten.
Het klinkt misschien onrealistisch om te denken dat
Balkenende in de periode tot de verkiezingen nog moet
waken voor dolkstoten in de rug van partijgenoten. Maar
ja, het blijft het CDA. Wie in de zomer van 2001 had
voorspeld dat Jaap de Hoop Scheffer nog vóór
de verkiezingen zou worden onttroond, was voor gek verklaard.
Nee, Balkenende moet op z'n hoede zijn. Je weet bij
het CDA immers maar nooit...
|