Op 14 juli slaat de nieuwkomer hard toe
Het begint voor hem allemaal in Dalen. Daar fietst
hij uren over de Drentse dreven om te trainen. Karsten
Kroon is van jongs af aan verslingerd aan wielrennen.
Bij de wsv Emmen worden zijn talenten al snel onderkend.
Bij de legendarische gastrennersvereniging Koga
Miyata (onder leiding van Egbert Koersen) belandt
hij in de wereld van de topamateurs. Hij wint onder
meer de Ronde van Drenthe en talloze andere (inter)nationale
koersen.
Eenmaal opgenomen in de amateurploeg van Rabobank
vertragen blessures en ziekte zijn entree in het
profpeloton. Toch zet hij die stap en in 2001
behaalt de Drent zijn eerste grote profzege, in
de GP van Gippingen. Op een hem typerende wijze.
Slim. Want Karsten Kroon is nu eenmaal een pienter
mannetje.
In juli debuteert hij in de Tour de France. Kroon
is immers uitermate geschikt voor eendagswedstrijden
en dat zijn de meeste Touretappes toch min of
meer. Op 14 juli, de nationale Franse feestdag,
slaat de nieuwkomer hard toe. Met Erik Dekker
als voorbereider wint hij de achtste etappe in
Plouay. Kroon: "Je hebt zoveel dromen als
wielrenner, maar tachtig procent van het wielerleven
bestaat uit frustratie en tegenslag. Dat ik dan
hier kan winnen is ongelooflijk. Het maakt meer
in me los dan ik ooit had verwacht." Kroon
huilt dikke tranen, kan zijn emoties niet de baas.
Wil dat ook niet en draagt de overwinning op aan
Kirsten, de net overleden vriendin van zijn vriend
Hendro Hams.
Kroon rijdt de Tour uit, maar speelt verder in
geen enkele andere etappe nog een rol van betekenis.
Hij valt in een ravijn, loopt pittige verwondingen
op. De accu is leeg. Op karakter bereikt hij de
Champs Elysées. Hij vindt het prima zo.
Zijn Tourdebuut op 26-jarige leeftijd vergeet
hij toch nooit meer. Wie wel?
|