Het 'taaljaar' begon met de euro, die de indruk
wekte dat alles stukken duurder werd, hoewel ons
werd verzekerd dat dat maar zo leek. Was het inderdaad
prijsillusie
die ons een rad voor ogen draaide, of was er wel
degelijk sprake van euroflatie
door naar boven afgeronde prijzen?
Volgens de overheid ging het om een gevoelsrecessie
hoewel er na de aanslagen in de VS wel degelijk
een schrikdip
was geweest op de effectenbeurzen. Die beurzen
leden dit jaar wel aan een akelige boekhoudfraude-epidemie,
die als Enronitis
werd bestempeld.
Met spijt zagen veel Nederlanders aan het begin
van het jaar hoe de Munt onze guldens massaal
wokkelde
om ze voorgoed onbruikbaar te maken. De euroscepsis
bleef en verrijkte de taal aan het eind van het
jaar met de slagzin: Op
de markt is je euro een gulden waard.
|