Behalve de Jip-en-Janneketaal
die VVD-voorzitter Eenhoorn zonder
enig succes voorstelde voor partijleider Dijkstal
en de Balkenbrij
van het CDA-proza (vaakst voorkomende woord: verantwoordelijkheid)
werd het een ruw taaljaar in Den Haag. Er werd heel
wat af gescholden. De waarden
en normen, die dit jaar ineens tot
normen
en waarden werden omgevormd,
waren ver te zoeken, hoewel er tot vervelens toe
(wormen en
baarden) op werd gehamerd.
Het begon al met Frits Bolkestein, die stelde
dat we met Pim Fortuyn in de wereld een pleefiguur
zouden slaan. Daarna noemde Agnes Kant een proefballon
van de LPF lulpraat.
Kamervoorzitter Weisglas probeerde dat nog af
te zwakken tot het eveneens nieuwe nulpraat.
Het hoogtepunt qua krachttermen kwam van de Amsterdamse
wethouder Rob Oudkerk, die zich het begrip kut-Marokkanen
liet ontvallen. Een Marokkaanse rapper maakte
dat later tot een geuzennaam door er een hitnummer
van te maken.
Het stond Jeltje van Nieuwenhoven allemaal erg
tegen. De PvdA-vrouw vond na al die krachttermen
dat Den Haag maar eens moest onthanen.
Een idee dat de mannen in Den Haag om met minister
Remkes te spreken meteen prullebakkeerden.
Verder werd in Den Haag het woord duidelijk voorgoed
vervangen door helder
(vaak volstrekt
helder), wat vooral tijdens de
Srebrenica-enquête onuitstaanbaar werd.
In die enquête signaleerden we ook een groeiende
populariteit van het woord wisselen
in de nieuwe betekenis van bespreken.
|