| |

|
| Op
Cipollini staat bij het wereldkampioenschap geen
enkele maat |
24
oktober |
Reactie
van Stefan van Dijk, de enige Nederlander in de
kopgroep
Bondscoach
Gerrie Knetemann over het WK
Mario Cipollini behaalt - evenals de Nederlandse
juniordame Suzanne de Goede - in het Belgische Zolder
de wereldtitel op de weg. De Italiaanse topfavoriet
is na een levendige en razendsnel gereden koers
veruit de snelste in de sprint. Cipollini blijft
de Australiër Robbie McEwen en de Duitser Erik Zabel
voor. En zo vangt 'De leeuwenkoning' eindelijk de
prooi die hij nog nooit wist te vangen.
Cipollini won in zijn rijke wielerleven bijna alles,
behalve de regenboogtrui. Het is nu of nooit, beseft
de Italiaanse rasspurter vooraf. Hij is het hele
wielerseizoen al in grootse vorm. Hij vervult in
april een lang gekoesterde wens door de voorjaarsklassieker
Milaan-San Remo te winnen. In de Giro kerft hij
zes nieuwe streepjes in zijn kolf en in de Vuelta
duwt hij het voorwiel van zijn fiets drie keer als
eerste over de meet.
De successen in het voorseizoen ten spijt, krijgt
Acqua & Sapone-formatie van Cipollini geen invitatie
van Tourbaas Jean-Marie Leblanc. Dit maakt hem razend
en hij kondigt acuut zijn afscheid aan. "Mi femo
qui!", briest de flamboyante Italiaan. "Hier stop
ik! Ik word niet gewaardeerd voor de overwinningen
die ik heb behaald", haalt hij uit naar Leblanc,
die wél vijf Franse teams uitnodigt. Na de Tour
komt Cipollini echter terug op zijn beslissing te
stoppen. "Omdat de fans mij zeer goed hebben gesteund
en ik weer een doel voor ogen heb."
Mario Cipollini, die het levenslicht ziet op 22
maart 1967 te San Giusto de Compito, wordt alom
gezien als de beste sprinter ter wereld. Hij klaart
die klusjes doorgaans koel, stijlvol en met de armen
in de lucht. Geen enkele andere coureur kan zo'n
kwantitatief imposante erelijst overleggen als hij.
Bijna tweehonderd zeges staan er inmiddels op 's
mans palmares.
De Toscaanse levensgenieter stamt uit een klassieke
wielerfamilie. Vader Vivaldo fietste samen met legendes
als Gino Bartali en Fausto Coppi, broer Cesare dringt
eveneens door tot de profrangen. Mario's bestemming
is vroeg duidelijk, al hangt zijn leven op 12-jarige
leeftijd aan een zijden draad. Cipollini belandt
in een sanatorium, vanwege ernstige longproblemen.
"Ik lag daar met mensen van zeventig, tachtig jaar.
Elke dag stierf er wel één. Het was een verschrikkelijk
tijd", herinnert Supermario zich. "De arts die mij
behandelde, wist dat ik idolaat was van wielrennen.
Toen ik genezen was, zei hij dat er een klein wonder
was geschied. De arts vertelde me ook dat ik nu
klaar was om grote successen te boeken bij het fietsen."
Als Cipollini in 1994 zijn eerste gele trui in de
Tour de France pakt, legt hij die als dank bij het
graf van de inmiddels overleden arts. Hij weet namelijk
dondersgoed aan wie hij zijn leven en wielercarrière
te danken heeft. |
|
|
|