Topman
Kenneth Lay verlaat het zinkende schip
Hoe meer raadsels er worden ontrafeld rond het faillissement
van het Amerikaanse energieconcern Enron, des te
langer de lijst met schandelen wordt. Het bedrijf
schokt niet alleen haar voormalige werknemers, maar
ook de accountantswereld en het Witte Huis. Enron
blijkt er een dubbele boekhouding op na te hebben
gehouden. De Amerikaanse justitie start een strafrechtelijk
onderzoek.
Minister Ashcroft van Justitie heeft de schijn
van belangenverstrengeling tegen - hij heeft in
1999 zo'n 60.000 euro aan campagnegeld van Enron
gekregen. Daarom trekt hij zich op 11 januari
terug als leider van het onderzoek. Wanneer een
van de topaccountants van Enron er lucht van krijgt
dat justitie ook het bureau Arthur Andersen betrekt
in haar onderzoek, laat deze een aantal medewerkers
de boekhouding van Enron door de versnipperaar
halen. De accountant wordt half januari ontslagen.
Later verklaart hij te hebben gehandeld "in
opdracht van hogerhand".
De beschuldigende vinger wijst in de richting
van Enron-topman Kenneth Lay. Hij leidde het bedrijf
sinds 1986. Lay zou zijn werknemers hebben aangemoedigd
aandelen te kopen, terwijl hij ze zelf juist van
de hand deed. Eind januari treedt hij af. De topman
wordt meerdere keren gedagvaard, maar weigert
stellig voor commissies van de Senaat en het Congres
te verschijnen. Intussen zet het echtpaar Lay
al zijn huizen in Houston, Galveston en Aspen,
met een gezamenlijke waarde van ruim 23 miljoen
dollar, te koop.
Half februari daagt Lay eindelijk op in de Senaat.
Hij beroept zich op zijn zwijgrecht. Later claimt
hij dat hij niet op de hoogte was van de penibele
situatie waarin Enron zich bevond. Het Witte Huis
erkent 10 januari 2002 dat Lay kort voor het bankroet
van Enron heeft gelobbyd om regeringssteun te
krijgen. Bush voelt zich gedwongen op televisie
uit te leggen dat Lay dan wel "een politieke
vriend" van hem is, maar dat ze het nooit
hebben gehad over de problemen bij Enron.
|