De Amerikaanse journalist Daniel Pearl, die op 23
januari in de zuid-Pakistaanse stad Karachi is ontvoerd,
leeft niet meer, zo bevestigen Amerikaanse autoriteiten.
De VS heeft een videoband ontvangen waarop te zien
is dat de keel van Pearl wordt doorgesneden. De
rest van zijn lichaam is in stukken gesneden. Waar
en wanneer de moord heeft plaatsgevonden, is niet
duidelijk.
Drie verdachten in de zaak worden opgepakt en
in hechtenis gehouden, onder wie de islamistische
militante sjeik Ahmed Omar. Hij bekent al snel
de opdrachtgever te zijn van de ontvoering. Omar
legt echter tegenstrijdige verklaringen af, waardoor
de politie maar weinig geloof hecht aan zijn uitspraken.
Verhoren van de drie verdachten leiden niet tot
de vondst van het lichaam van de journalist.
Er verschijnt een vierde verdachte op het toneel.
Het is juli wanneer het proces tegen de vier eindelijk
begint. Hoofdverdachte Omar wordt veroordeeld
tot de doodstraf. Hij kondigt aan in beroep te
gaat. Dat beroep dient nog steeds. De drie anderen
krijgen 25 jaar cel opgelegd. In augustus wordt
het stoffelijk overschot van Daniel Pearl aangetroffen
en overgevlogen naar Los Angeles. Zijn familie
begraaft hem in stilte.
Daniel Pearl (38) was werkzaam voor de Wall Street
Journal. Hij werkte in Pakistan aan een verhaal
over internationaal terrorisme, toen hij in handen
viel van Pakistaanse extremisten. Die eisten dat
de Verenigde Staten in ruil voor de vrijlating
van de journalist alle Pakistaanse gevangenen
in Afghanistan in vrijheid zouden stellen.
Voordat hij werd ontvoerd probeerde Pearl in
contact te komen met radicale islamitische groeperingen.
Hij werkte aan een verhaal over mogelijke banden
tussen de Brit Richard Reid en Osama bin Ladens
netwerk al-Qaeda. Richard Reid is de man die op
22 december 2001 werd opgepakt nadat hij met 'bomschoenen'
had geprobeerd een vliegtuig op te blazen.
|